Aantal pageviews

vrijdag 31 juli: Galway (Gaillimh) en Oughterard (Uachtar Ard)

Opnieuw een onrustige nacht. Dit keer niet vanwege slecht weer, maar omdat we een buurman hebben die zó hard snurkt dat bij ons de muren trillen. Je zult er naast slapen! Ook heb ik letterlijk wakker gelegen van de schade aan de huurauto. Schade die wij niet hebben veroorzaakt maar die ons wel ons eigen risico gaat kosten, ben ik bang.
Direct na het ontbijt zijn we eerst nog even wat boodschappen gaan doen in Lisdoonvarna en daarna richting Galway gereden, een afstand van totaal 75 kilometer.
Het was bizar druk. De Ieren hebben uitgerekend dit weekend een bank holiday en iedereen is massaal onderweg naar zijn vakantiebestemming. Rond Galway werd het Summer Festival 2009 gevierd, met vooral veel paardenraces. De wegen naar en rondom Galway zaten helemaal vol, waardoor we heel lang in de file hebben gestaan. En dat terwijl alle Ieren die ik persoonlijk ken altijd beweren dat er in Ierland geen files zijn, hooguit een enkele tijdens de spits rond Dublin. De druilerige regen maakte het 'drama' compleet.
Onderweg passeerden we (natuurlijk) een leuk kasteel en we besloten meteen maar even te gaan kijken. Het ging hier om Dunguaire Castle in Kinvara. Op de bovenste verdieping van het kasteel kon je naar buiten en via een hele smalle doorgang kon je een rondje lopen buiten het kasteel. Met mijn hoogtevrees leek me dat niet zo'n goed idee, maar Líon durfde het wel. Zij heeft dus leuke foto's kunnen maken.
Pas om een uur of twee kwamen we in Galway aan. Daar hadden we afgesproken met Annemiek (onze Ierse leraar) en haar vriendin, die op doorreis waren naar Dublin. Líon en ik hadden eerst een beetje willen gaan shoppen, maar doordat het aardig doorregende hebben we daar maar van afgezien en zijn we een pub ingedoken. Een pub waar zich alle mannen van Galway hadden verzameld, zo leek het. Iedereen was in een uitgelaten (lees: halfdronken) stemming vanwege de paardenraces. Grappig was dat Líon en ik de enige vrouwen waren en toen ik aan de bar onze drankjes ging bestellen werd ik meteen versierd door twee dronken Ieren die spontaan aanboden iets leuks (?) met ons te gaan doen :)~
Een klein halfuurtje later kwamen Annemiek en haar vriendin binnen en hebben we lekker even zitten kletsen. Het was toch wel speciaal om elkaar nu in Ierland te treffen.
Na een uur hebben we afscheid van elkaar genomen en omdat het nog steeds regende besloten Líon en ik om het shoppen in Galway maar helemaal over te slaan en meteen door te rijden naar Oughterard. Onderweg naar de auto kochten we een pizza (die vers voor ons werd bereid met de ingrediënten die we zelf hadden gekozen en dat voor maar 5 euro) die we lekker in de auto hebben zitten opeten. De pizza was echt lekker!
Terug de weg op richting Oughterard (28 kilometer). Meteen belandden we weer in de file en het duurde lang voordat we Oughterard bereikten. De B&B (Crossriver) was niet makkelijk te vinden maar nadat we een 'local' om hulp hadden gevraagd loste dit probleem zich snel op. In tegenstelling tot het huisje dat we twee jaar geleden huurden in Oughterard lag onze B&B pal in het centrum van het stadje.
Door het fileleed kwamen we laat aan. We hebben onze koffers naar de kamer gezeuld en zijn daarna wat boodschappen gaan doen in de supermarkt. Ook hebben we een paar aardige dingetjes gekocht bij de plaatselijke souveniersshop.

Bij Lough Corrib (Loch Coirib) hebben we vervolgens op een steiger broodjes met kaas gegeten en vruchtenyoghurt, terwijl Líon luisterde naar haar favoriete muziek van Clannad. Het is altijd een wens van haar geweest om deze muziek te beluisteren in het land van oorsprong. Een droom verwezenlijkt dus! En... wat is er lekkerder om de avond af te sluiten dan een pint Guinness? Dus zijn we teruggelopen naar Oughterard en hebben we in The Boat Inn, een van de vele pubs, nog lekker even zitten kletsen. Tegen twaalven zijn we gaan slapen.

donderdag 30 juli 2009: The Cliffs en the Burren (en nog veel meer)

Na een bijzonder onstuimige nacht (het regende pijpenstelen en het waaide enorm) zijn we om acht uur opgestaan. We hadden allebei erg onrustig geslapen omdat de deur rammelde en we eigenlijk niet zeker wisten of er nou iemand aan de deur stond te rukken of dat het door de wind kwam. We hadden ons ontbijt pas om negen uur besteld, dus dat gaf ons nog een half uurtje om buiten even wat foto's te maken van de omgeving (op de foto zie je in de verte de Atlantische Oceaan).
Adrian kwam de bestelling opnemen voor het ontbijt, terwijl Bev in de keuken stond en alles klaarmaakte. We kozen beiden voor de scrambled eggs met toast. Ook was er keuze uit verschillende soorten cornflakes, muesli, pruimen en yoghurt.
Bij het ontbijt ontdekten we dat Adrian een (plaatselijke) bekendheid moet zijn, gezien het feit dat er een CD met zijn beeltenis op de cover bij de muziekinstallatie lag. Toen ik hem ernaar vroeg bevestigde hij dat hij Peadar Reilly heel goed kent. Peadar heb ik in 2006 ontmoet in Amsterdam, toen hij daar optrad met de in Doolin wereldberoemde formatie Caher.
Om half tien zijn we naar de Cliffs of Moher (Aillte an Mhothair) gereden. De kliffen bestaan uit kalkzandsteen en strekken zich uit over een lengte van acht kilometer, tussen de dorpen Doolin en Liscannor.

De kliffen rijzen 120 meter op uit de Atlantische Oceaan (an tAigéan Atlantach) bij Hag's Head (Ceann na Cailleach). Het hoogste punt ligt op 230 meter. Halverwege ligt O'Brien's Tower, een ronde stenen uitkijktoren, die in 1835 werd gebouwd.

Het was helder en zonnig weer en daardoor waren de Araneilanden (Oileáin Árann) goed te zien. De kliffen zijn een goed voorbeeld van erosie door de zee: je kunt de duizenden jaren oude sedimentaire lagen gemakkelijk herkennen. Erg indrukwekkend en imposant.

Vervolgens zijn we langs de kustweg richting Ballyvaghan (Baile Uí Bheachain) gereden. Onderweg zijn we gestopt om het prachtige landschap van the Burren (Boireann) te bewonderen.
The Burren is een uniek landschap van kalksteen dat zo'n 300 km² beslaat. Het is bezaaid met megalieten: grote stenen gedenktekens uit de oudheid. De vorming van dit landschap begon ongeveer 300 miljoen jaar geleden, toen het huidige Ierland een ondiepe zee in een tropisch klimaat was. In deze zee leefden kleine diertjes die kalk-skeletjes bevatten. Wanneer deze diertjes stierven vielen ze op de zeebodem, waarna de kalk-skeletjes tijdens een miljoenen jaren durend chemisch proces aan elkaar vastgekit werden.
Zo ontstond een meters dik pakket kalksteen. Dit kalksteenpakket kwam na verloop van tijd boven zeeniveau te liggen en vormde een plateau: The Burren. Opvallend genoeg is het rotsige landschap zeer vruchtbaar en komen er veel planten uit verschillende biotopen voor. Ook leven er veel verschillende dieren.
In de Burren leven al zo’n 5000 jaar mensen. In de bronstijd was het bouwen van rustplaatsen voor de doden zeer belangrijk en dat is te zien aan de overblijfselen, die soms dateren uit 600 voor Christus. Veel dolmens en dúns zijn bewaard gebleven, net als een aantal forten.
Tijdens het ontbijt die ochtend hadden we afgesproken om de rondwandeling met gids te gaan maken door de Burren. Die wandeling zou om 14.30 uur starten en al snel bleek dat we dat niet meer konden halen. Jammer genoeg zitten er maar 24 uren in een dag. We zullen dus nog eens terug moeten naar dit indrukwekkende landschap. Ook het bezichtigen van de Aillwee Caves (een eeuwenoud grottenstelsel onder the Burren) hebben we moeten skippen, puur uit tijdgebrek.
In Ballyvaghan zijn we uiteindelijk gestopt om te gaan lunchen. Lekker op een bankje in de zon gezeten met uitzicht op Galway Bay (Cuan na Gaillimhe) crackers met fenegriekkaas (met dank aan Elsabé, mijn buurvrouw) zitten eten.
Vervolgens zijn we naar de Poulnabrone Dolmen gereden. Dit grafmonument uit het Neoliticum is in de jaren tachtig van de twintigste eeuw afgegraven en daarbij is aangetoond dat het monument diende als graf voor tenminste 33 personen. Omdat ik erg geïnteresseerd ben in de Keltische cultuur vond ik dit grafmonument geweldig om te zien.
Voordat we aan onze vakantie begonnen had Líon al de watervallen van Ennistymon (Inis Díomáin) gevonden op Google. We besloten door te rijden naar Ennistymon en de watervallen te gaan bezichtigen. Bev had ons die ochtend voorzichtig gewaarschuwd dat deze wel eens konden tegenvallen: als het een tijd niet had geregend dan was er niet veel te zien volgens haar.
We zaten nog maar net in de auto toen we borden zagen richting een 'Caherconnel'. Dat is een fort dat bestaat uit een ronde stenen muur. Binnen de ring woonden één of meerdere families met hun dieren. De stenen muur was bedoeld om de vijanden buiten te houden. Buiten de muur waren de verblijven voor het personeel. Het fort is ca. 1500 jaar geleden gebouwd. In 2008 is er nog een bijzonder goed geconserveerde ruimte uitgegraven, waarin het skelet van een 15- à 25-jarige vrouw werd gevonden.
Opnieuw op weg naar Ennistymon. Na een paar kilometer zagen we de restanten van een het kerkje Teampall an Chairn met een kerkhof vol keltische kruizen. Weer stoppen dus om rond te kijken en foto's te maken. In Ierland kun je elke vijf kilometer wel stoppen omdat er iets moois te zien valt. Uiteindelijk lukte het ons om Ennistymon te bereiken. De watervallen waren snel gevonden en we hadden geluk. De enorme regenval van afgelopen nacht zorgde voor een geweldig spektakel.
Bij de plaatselijke take-away haalden we hamburgers en patat, die we bij het denderend geraas van het neerstortende water hebben zitten opeten.
Uiteindelijk zijn we teruggereden naar Doolin, waar we opnieuw in McDermott's Pub zijn beland. Morgenochtend zullen we naar Galway (Gaillimh) rijden en vandaar naar Oughterard (Uachtar Ard), de tweede bestemming van onze vakantie.

woensdag 29 juli 2009: van oost naar west

De klok op onze Hyvespagina's tikte tergend langzaam de dagen, uren en minuten weg, maar eindelijk was het dan zo ver!
We vertrokken om kwart over tien 's morgens vanaf Schiphol en om ongeveer half elf (dankzij het uur tijdverschil) landden we op Dublin Airport. Op de luchthaven van Dublin (Baile Átha Cliath) konden we onze huurauto ophalen, een leuke kleine Opel Corsa.

Líon bood spontaan aan om het eerste gedeelte te rijden. Zij had al eerder links gereden in Engeland, maar in een Nederlandse auto. Mede dankzij Líons navigatiesysteem konden we vrij snel de weg richting het westen vinden. Van Dublin tot ongeveer het midden van het land is er tegenwoordig een behoorlijk moderne (tol)weg waar je 120 mag rijden. Dat schoot dus al lekker op. Links rijden valt best mee, soms is het lastig om de afstand naar de linkerberm te schatten. We hadden afgesproken om een tussenstop te maken in Athlone (Baile Áth Luain), omdat dat ongeveer op het geografisch middelpunt ligt van Ierland, dus ongeveer op de helft tussen Dublin en onze eindbestemming voor die dag: Doolin (Dúlainn).
De rivier de Shannon (Abha na Sionainne) loopt dwars door Athlone en het leek ons leuk om te gaan lunchen bij Lough Ree (Loch Ríbh), een van de grootste meren van de Shannonrivier. Na enig zoeken vonden we het meer waar we lekker even hebben kunnen uitrusten, genietend van het prachtige uitzicht over het meer.
Het tweede gedeelte, van Athlone naar Doolin (opnieuw zo'n 125 kilometer), heb ik zelf gereden. Dit laatste stuk ging weer over de 'oude' weg, waardoor we er een stuk langer over deden dan over het eerste gedeelte. Onderweg hebben we een keer een tussenstop gemaakt op een berg om wat mooie foto's te schieten van fraaie vergezichten. Ierland is zooooo mooi!
Na tien foto's te hebben gemaakt gaf mijn camera aan dat de batterijen leeg waren. Dat was onmogelijk, aangezien ik de batterijen er de avond ervoor had ingedaan. Even was ik bang dat de geschiedenis zich zou herhalen. Toen ik verleden jaar op Schiphol stond had ik het vermoeden dat mijn camera kapot was. Maar ik was toen met iemand die erg nerveus wordt onder tijdsdruk en daardoor gunde ik mezelf niet de tijd om mijn camera te laten controleren. Te meer toen nieuwe batterijen de oplossing leken. Maar aan het einde van de vakantie bleek dat de camera inderdaad kapot was en dat geen van de foto's was gelukt. Maar nu had ik een nieuwe camera gekocht. Gelukkig bleek het probleem te zitten in de batterijen, die niet geschikt bleken voor een digitale camera. Nooit geweten dat je daar verschil in hebt... Nieuwe batterijen losten het probleem gelukkig onmiddellijk op!
Het navigatiesysteem kende niet het plaatsje Doolin, maar wel Lisdoonvarna (Lios Dúin Bhearna) dat een paar kilometer van Doolin af ligt. Lisdoonvarna zelf heeft maar zo'n 825 inwoners, maar elke jaar in september wordt er een enorm vrijgezellenfeest georganiseerd waar jaarlijks ca. 40.000 alleenstaanden van over de hele wereld op af komen in de hoop een leuke partner te vinden. Na Lisdoonvarna hadden we Doolin vrij snel gevonden.
Doolin staat bekend om zijn traditionele Ierse muziek en de prachtige omgeving: vlakbij de Cliffs of Moher en the Burren.
Ook Craggy Island, onze eerste B&B, was snel gevonden. Deze ligt een aardig eindje buiten Doolin, in the middle of nowhere. Juist toen ik de auto parkeerde begon het enorm te stortregenen. We hebben een minuut of vijf in de auto zitten wachten tot het ergste voorbij was. Vanuit onze kamer hebben we uitzicht op zee! Onze gastheer en -vrouw zijn Adrian en Bev O'Connor. Terwijl wij onze koffers naar boven zeulden maakte Bev thee voor ons. Onder het genot van een kopje (erg sterke) Ierse thee vertelde ze ons over de plaatselijke bezienswaardigheden. Adrian liep rond met grote stapels schone handdoeken en later zagen we hem bezig om de tafels te dekken voor het ontbijt de volgende ochtend. Beiden deden hun uiterste best om het ons naar de zin te maken.

Na de thee zijn we teruggereden naar Lisdoonvarna en hebben we eerst wat boodschappen gedaan bij de plaatselijke Spar. Het was intussen weer prachtig weer geworden!
Toen we terugkwamen met onze boodschappen viel het me ineens op dat de auto waarin we reden een behoorlijke schade had aan de voorkant. Líon en ik waren ervan overtuigd dat wij dat niet hadden gedaan, maar ik baalde als een stekker. We hadden 200 euro eigen risico, en ik vond het heel erg zonde van het geld. Per slot van rekening konden we niet bewijzen dat wij het niet hadden gedaan, aangezien de man van het verhuurbedrijf niet met ons om de auto heen was gelopen. Balen!!
Daarna zijn we teruggereden naar Doolin om iets te gaan eten en..... (eindelijk) een pint Guinness te gaan drinken. Na een hele dag in de auto was ik daar wel aan toe. We kozen hiervoor McDermott's Pub (Mac Diarmada) uit.
We rammelden van de honger na een hele dag in de auto en we kozen beiden voor kip met kerriesaus en rijst. Het eten was erg lekker, maar Líon kon de Guinness niet heel erg waarderen. Ik heb me maar opgeofferd en haar glas ook leeggedronken. Tsja, iemand moet het doen, het is per slot van rekening ook zonde om het weg te gooien... We hebben lang zitten kletsen over de belangrijke dingen in het leven, zoals mannen en seks :)~ Tegen tienen zijn we teruggereden naar onze B&B omdat we allebei erg moe waren. Per slot van rekening waren we die ochtend al om half vijf opgestaan.

De locaties!

De papieren zijn binnen en dus zijn de locaties waar we zullen gaan verblijven bekend. De eerste twee dagen verblijven we in Doolin en van daaruit zullen we de Cliffs of Moher gaan bezoeken en the Burren. Al Googelend ontdekte Líon dat vlakbij ook de bekende watervallen van Ennistimon te vinden zijn en natuurlijk gaan we ook die bekijken.
Ook vond ze informatie over Aillwee Cave, een twee miljoen jaar oud grottenstelsel onder de Burren. Vroeger woonden er prehistorische beren. Cool!!!
Daarna verblijven we twee nachten in Oughterard. Hier ben ik al eerder geweest maar toen had ik niet de beschikking over een auto. Dat was jammer, want Connemara National Park lag op een steenworp afstand van ons huisje, maar was door de lastige busdiensten niet te bereiken. Dat gaan we nu inhalen!
Vervolgens zullen we twee dagen verblijven in Murrisk, van waaruit we de Croagh Patrick zullen gaan beklimmen (762 m).
Nog precies veertien dagen! Hopelijk zijn de weergoden ons gunstig gestemd...

Wachten...

Wachten duurt altijd al lang, maar ik heb een manier gevonden om het te visualiseren. Op mijn Hyves pagina telt een aftelklok de dagen, uren, minuten en seconden af. En het gaat toch best sneller dan je zou denken.
Ben heel erg benieuwd hoe we het links rijden gaan ervaren. Wellicht kunnen we die Ieren vast een waarschuwing sturen: stay off the road, Líon and Siobhán are coming to Ireland!

Planning...

Op 29 juli zullen Líon en ik naar Ierland gaan. Vandaag hebben we tijdens een gezellige lunch bij Chicoleo in Kijkduin de planning gemaakt van de dingen die we willen gaan zien: de Cliffs of Moher, the Burren en natuurlijk Connemara National Park. We gaan een auto huren, dus dat wordt voor het eerst dat ik links moet gaan rijden. We zullen de Ieren op tijd laten weten wanneer het gevaar er aan komt! De offerte voor de vakantie is aangevraagd, afwachten dus!

Connemara!

Het gaat er eindelijk van komen: eind juli van dit jaar zal ik naar Connemara gaan, het mooiste natuurpark van Europa, volgens velen.
Hou dit blog dus in de gaten om mijn bevindingen te lezen!

Evaluatie

Wij hadden deze reis geboekt via http://www.travelireland.nl/ en Maarten en zijn team hadden alles prima voor ons geregeld. We hadden gekozen voor het tiendaagse arrangement, met twee ingelaste rustdagen. Jammer dat deze rustdagen vlak achter elkaar vielen. Alle accommodaties waren goed. Hoewel in alle B&B's alles prima was geregeld, sprong wat ons betreft Brook Cottage bij Enniskerry er positief uit. Zelfs een eigen keukenblokje en een bijzonder gezellige woonkamer.
Het van zuid naar noord lopen is een aanrader; zo bewaar je het mooiste gedeelte voor het laatst (als je bergen en het uitzicht mooier vindt dan vergezichten over vooral weilanden tenminste, ieder z'n smaak natuurlijk!).

Marianne vroeg mij wat ik het leukste had gevonden aan de trip en wat het minst leuke.
Het leukste hoefde ik niet lang over na te denken: alles was één groot hoogtepunt; Ierland is prachtig, de route was prima bewegwijzerd, het lopen ging me gemakkelijk af, het weer was geweldig, de Ieren erg aardig.
En ja, het minst leuke natuurlijk de anderhalve dag met regen. Maar we hebben natuurlijk enorm geboft: 10 dagen Ierland met maar anderhalve dag regen.

Eind augustus las ik dit bericht over de zomer in Ierland 2008, en ik besefte eens te meer hoe zeer wij hadden geboft met het prachtige weer:

One of the wettest Irish Summers ever has produced flooding and landslides in vulnerable parts of the country. Dublin city was spared the worst of the flooding but several country towns including Carlow suffered badly as local rivers broke their banks and ancient underground drainage pipes proved unable to handle the huge amount of rainwater. Landslides in County Kerry polluted drinking water sources to further complicate the misery.

Een prettige bijkomstigheid was dat Marianne niet snurkt. Ik moet er niet aan denken om 10 dagen lang een kamer te delen met iemand die veel lawaai maakt 's nachts. Marianne verzekerde me dat zij er net zo over dacht.
Jammer was wel dat mijn fototoestel bij terugkomst kapot bleek: de beeldsensor had het begeven. Alle ruim 200 foto's waren mislukt. Gelukkig had Marianne veel foto's gemaakt, maar ik had juist veel foto's gemaakt van haarzelf, vooral met de Great Sugerloaf op de achtergrond, de berg die prominent schijnt voor te komen in haar favoriete tv-serie Ballykissangel. Nu heeft zij zelf geen foto waar ze op staat die als bewijs kan dienen dat ze de Wicklow Way heeft gelopen.

Kortom: ik zou het zó weer doen. Marianne niet, die vindt een keer meer dan genoeg. Jammer, want Ierland heeft nog een heel aantal andere wandelroutes, die ik graag eens zou uitproberen. Dus, voor degene die dit blog leest: zoek je nog een gezellige wandelpartner in Ierland (of eventueel Schotland): laat dan een reactie achter!

Maandag 9 juni (tiende en laatste dag): van Glencree/Enniskerry naar Dublin

's Morgens bij het ontbijt verontschuldigde de Duitser zich opnieuw voor het 'binnendringen' van onze kamer. Hij vertelde dat hij zelf drie maanden op die kamer had gewoond, vandaar de vergissing. Hij bleek een (Duitse) bouwvakker die in een nabij gelegen dorp bezig was een huis te bouwen voor een rijke Duitser.

Na het ontbijt bracht Jeff, de man van Mary, ons naar Bré, waar we de trein terug zouden nemen naar Dublin. De Wicklow Way zat erop!

Zondag 8 juni (negende dag): van Roundwood naar Glencree/Enniskerry (18 km - 510 m stijgen)

Vandaag moeten we officieel 18 kilometer. Maar vanochtend moesten we er al twee bijtellen om de track te bereiken, en ook de B&B aan het einde van de dag ligt weer (ruim) twee kilometer van de track. Totaal dus zo'n 22 kilometer, dat is zeven uur lopen en twee uur rustpauzes dus totaal zo'n negen uur onderweg.
Na een redelijk summier ontbijt zijn we op tijd vertrokken. Opnieuw moesten we al snel een heel eind klimmen.

Boven aangekomen twijfelden we heel erg of we wel goed waren gelopen: overal lagen omgezaagde bomen waar we overheen en onderdoor moesten. Maar al snel vonden we weer 'onze' Wicklow Waywegwijzers.
Op een gegeven moment werden we ingehaald door een luid kakelende kudde Amerikanen, die in de omgeving van Loch Deán en Loch Té wandelden. We zijn even gestopt om ze te laten passeren, maar helaas stonden zij een kilometer verderop ook stil, waardoor wij hen weer passeerden. Hierdoor hebben we een heel stuk met hen opgelopen en ons enigszins geërgerd aan hun erg luide conversatie. Gelukkig gingen zij richting Loch Deán, en wij richting Loch Té.
Vanaf White Hill heb je een prachtig uitzicht op Loch Té, waar de familie Guinness schijnt te wonen. Weer verderop loop je een heel stuk evenwijdig aan de Ierse Zee. Het weer was vrij helder, waardoor we in de verte de Ierse Zee konden zien liggen. Het pad over Djouce Mountain gaat kilometers lang over bielzen. Om ongeveer half vier hebben we een tijdje liggen uitblazen bij Glencree River. Nadat we een half uurtje hadden gelegen kregen we opnieuw een enorme klim voor onze kiezen. Marianne had weer erg veel last van hoofdpijn en ze had het het laatste stuk duidelijk zwaar. Ik heb aangeboden om spullen voor haar te dragen (mijn rugzak was bijna leeg) maar dat was haar eer te na. Het laatste gedeelte ging over een geasfalteerde weg, en Marianne borg haar wandelstokken op. Gedurende de hele reis had ik het idee dat het lopen met behulp van die wandelstokken enorm ophield, en mijn vermoeden werd bevestigd: zonder de stokken ging Marianne er als een speer vandoor. Hierdoor liepen we de laatste twee kilometer met een afstand van zo'n honderd meter tussen ons in; ik kon me voorstellen dat iedereen die ons zag óf zou denken dat we niet bij elkaar hoorden, óf dat we knetterende ruzie hadden.
Om ongeveer kwart over zeven kwamen we aan bij Brook Cottage, onze laatste B&B. We zijn dus van 's morgens kwart voor 10 tot 's avonds kwart over zeven onderweg geweest! Brook Cottage ligt ver van Enniskerry. Mary, onze gastvrouw, brengt je op verzoek naar Enniskerry, waarna je een taxi terug moet nemen. We hebben van tevoren besloten om dat niet te doen en zelf voor ons eten te zorgen: ik heb opnieuw gekozen voor de kant-en-klare noodles, en Marianne voor Cup-A-Soup met broodjes en een soort kaasspread. Brook Cottage is verreweg de beste B&B die we tot nu toe hebben gehad. De kamer is supergoed uitgerust met een keukenhoekje inclusief broodrooster, waterkoker en magnetron! Marianne besloot een boterham te roosteren en meteen ging het rookalarm af, hahaha. Toen ik 's nachts lag te lezen (Marianne sliep al) kwam er ineens een man de kamer binnen. Eerst had hij niets in de gaten, maar ineens viel het kwartje. Na honderd keer sorry te hebben geroepen maakte hij zich snel uit de voeten...

Zaterdag 7 juni (achtste dag): van Laragh naar Roundwood (11 km - 290 m stijgen)

Vandaag lopen we naar Roundwood, het hoogstgelegen dorp van Ierland (op 238 m). Na opnieuw een uitgebreid ontbijt afscheid genomen van Clare, een bijzonder aardige en gastvrije vrouw. Vandaag heb ik besloten om geen overbodige bagage mee te sjouwen, te meer daar de Ierse Piet Paulusma gisteravond heeft beloofd dat het mooi weer gaat worden vandaag. Tot nu toe heb ik elke dag een regenjas bij me gehad, evenals een extra paar schoenen, en dat maakte de rugzak toch veel zwaarder dan nodig. Dus vandaag geen regenjas en extra schoenen, alleen een sweater voor als het kouder mocht worden. Toen ik in mijn t-shirt met korte mouwen vertrok, merkte Clare op: Oh my God, you are living dangerously! Verder benadrukte ze dat we het vandaag rustig aan moesten doen en vooral onze energie moesten sparen voor morgen.
Opnieuw een prachtige wandeling. De plaatselijke hardloopvereniging had haar jaarlijks wedstrijd, waardoor we veel hardlopende tegenliggers moesten ontwijken. Jammer dat de helft van de route van vandaag over asfalt gaat.
Ongeveer halverwege zijn we een uurtje in een weiland gaan liggen in de zon. We zaten vrij hoog, waardoor we prachtig uitzicht hadden op het dal. Hier heeft Marianne de wereldberoemde foto gemaakt: de wereld aan onze voeten.
Om ca. 15.30 uur aangekomen in Roundwood. De B&B, met de toepasselijke naam Roundwood Inn, ligt zo'n 2 km van de route af, die we dus morgenochtend bij het aantal kilometers moeten optellen. Gelukkig hebben we het droog gehouden vandaag! Onze gastvrouw vandaag is Josie McCabe. Direct na onze aankomst maakte ze thee voor ons: Dutch tea, zoals ze het zelf noemde. De Ieren gooien twee zakjes thee in een kleine pot en laten dat vervolgens een kwartier staan waarna de thee zó sterk is dat het kan lezen en praten. Toen wij bevestigden dat we Dutch tea wilden zei ze: Yes, you only make the bag wet.
Heel even het stadje in geweest en wat boodschappen gedaan. In the Coach House een pint Guinness gedronken, waarna we bij de take-away iets te eten hebben gehaald: voor Marianne een vegi-burger en voor mij een pizza. Daarna een pint wezen drinken in een andere pub: Rud éile.
's Avonds onze koffers alvast ingepakt, zodat we direct na het ontbijt kunnen vertrekken.

Vrijdag 6 juni (zevende dag): Rustdag in Laragh

De zon is weer terug (dankzij de door Marianne geofferde munten?). Lekker uitgeslapen en na het ontbijt wat boodschappen gedaan in de enige supermarkt die dit gehucht rijk is. Marianne heeft ook nog wat tweedehands boeken gekocht bij het postkantoor.
's Middags opnieuw naar Glendalough gelopen. Eerst een bezoekje gebracht aan de Laragh Woolen Mills, waar ze behalve de gebruikelijke Ierse prullaria vooral veel wollen truien en sjaals verkopen. Mooi, maar erg duur.
We hebben heerlijk in de zon gelegen bij het Upperlake. Gelukkig waren de midges vandaag verdwenen. Op de terugweg heeft Marianne opnieuw munten geofferd met de wens om de laatste 2 dagen van onze trip vooral mooi weer te krijgen. Zou het lukken?
Bij de supermarkt hadden we kant-en-klare noodles gekocht: iets droogs waar je heet water opgooit en dan heb je een warme maaltijd. Niet heel erg lekker, maar ook niet heel erg slecht. 's Avonds ben ik nog lang in de "woonkamer" blijven zitten met een sprookjesboek in het Iers, dat ik mocht lenen van Clare. Ze vond het erg leuk dat er kennelijk buitenlanders zijn die Iers willen leren. Het boekje vertelt de bekende sprookjes zoals Klein Duimpje, De Gelaarsde Kat, Roodkapje; erg leuk. Op tv ook nog even naar het weerbericht gekeken voor de komende dagen: het wordt mooi weer. Marianne was al vroeg op bed gaan liggen dus die was blij verrast toen ik haar het goede nieuws bracht over het mooie weer voor de komende dagen. Marianne is vroeg gaan slapen en zelf heb ik nog een uurtje liggen lezen in bed. Jammer dat ik het boekje moest achterlaten...

Donderdag 5 juni (zesde dag): van Drumgoff naar Laragh (18 km - 530 m stijgen)

Toen we 's morgens om kwart voor tien vertrokken regende het nog steeds. We moesten een lunchpakket kopen omdat het brood dat we in Tinahely hadden gekocht beschimmeld bleek. Dat kostte voor 4 belegde boterhammen € 2,50.

Door de constante miezerregen werden we behoorlijk nat. Na ongeveer een uur kregen we een pittige klim voor onze kiezen: we moesten langdurig over grote keien een flink stuk omhoog klimmen, de Mullacor op (657 m). We waren beiden blij dat we de Wicklow Way niet andersom liepen, want dit pad naar beneden zou écht heel eng zijn geweest. Het was heel stijl en heel hoog. Boven aangekomen is de berg kaal en wordt bedreigd door erosie. Daarom zijn hier bielzen aangebracht op het looppad. Dat loopt erg prettig.
In de middag bereikten we Glendalough.
Ook hier gold weer dat we amper tijd kregen om te rusten. Het was intussen wel droog geworden, maar het stikte van de midges. Dat zijn superkleine muggen (een soort knutten) die gemeen kunnen steken. Vooral als je er allergisch voor bent (zoals Marianne) kun je er behoorlijk last van krijgen. Je krijgt niet eens de tijd om je fototoestel scherp te stellen, dan word je meteen belaagd door tientallen van die krengen! Dus maar weer doorgelopen. Nog wel even rondgehangen bij de oude overblijfselen van een monnikenklooster met een ronde toren. Maar ook daar maakten de midges ons het leven zuur (toen ik later die avond boven de wasbak m'n haren kamde vielen er nog tientallen dode midges in de wasbak...). Daarbij stak er ook nog eens een ijskoude wind op. De thermometer aan de rugzak van Marianne gaf nog maar 12 graden aan! Bij een brug was het daar stromende riviertje omgetoverd tot een soort wensput, waar mensen allemaal munten in hadden gegooid. Marianne besloot om ook wat munten te offeren en te wensen voor mooi weer morgen! Tegen het einde van onze wandeling kwamen we langs een pub met deze tekst. Ik studeer al zo'n vier jaar het Ierse Gaelic, daarom weet ik wat het betekent: "er is geen haard zoals je eigen haard" ofwel: "eigen haard is goud waard". Totaal hebben we gedurende de dag veel te weinig pauze genomen, totaal nog geen uur denk ik. We waren dan ook heel erg moe en door en door koud toen we om half zes bij onze B&B Clondara aankwamen.
Marianne stortte op een bed en bleef vervolgens bewegingloos liggen. Toen ik twee uur later voorzichtig aan haar schudde kreunde ze: 'ik ga dood...' Ik moest wel lachen natuurlijk, volgens mij is er meer voor nodig om dood te gaan dan een paar kilometer lopen. Gelukkig kon ze het tóch opbrengen om nog eventjes naar de pub te gaan. Er trad een liveband op met covernummers uit de jaren 70 en 80, en dat was best wel leuk.

Woensdag 4 juni (vijfde dag): Rustdag in Drumgoff

Regen! Eerst lekker uitgeslapen en om 9 uur aan het ontbijt. Voor mij gebakken eieren met bacon en voor Marianne geraspte cheddar met tomaten en brood. Daarna op de kamer wat rondgehangen, het regende aardig.
Om een uur of één besloten we toch om een korte wandeling (8 kilometer) te gaan maken. We zijn per slot van rekening niet helemaal naar Ierland gekomen om een hele dag binnen te zitten. Het regende intussen behoorlijk, en onze regenkleding bleek niet zo waterdicht als we hadden gedacht. We beseften des te meer hoe enorm we geboft hebben met het weer tot nu toe. Regen is namelijk niet alleen heel nat, het is ook heel koud. Dan kun je dus niet eventjes lekker een uurtje in het gras gaan liggen. Om ongeveer half vier waren we terug in de B&B. Daar bleek dat Marianne twee blaren had opgelopen.
's Avonds opnieuw in de pub gegeten, ik lasagne (met patat, tsja...), Marianne een vegetarische Caesar Salad. Na een paar biertjes in de pub niet al te laat gaan slapen.

Dinsdag 3 juni (vierde dag): van Moyne naar Drumgoff (21 km - 500 m stijgen)

Na ons ontbijt (bruine boterhammen met kaas en ham) zijn we om ongeveer 9 uur vertrokken. Gelukkig mochten we de koffers boven laten staan, we hoefden ze niet zelf de trap af te zeulen. Vandaag voor het eerst niet verkeerd gelopen, we beginnen het te leren! We moesten ongeveer een kilometer lopen om op de track te komen.
De eerste twee uren kregen we te maken met een hele harde, hele koude wind, maar om een uur of elf werd het toch weer lekker weer. Volgens de thermometer die Marianne aan haar rugzak had hangen was het toen al weer 20 graden. Na een aantal kilometers over een asfaltweg te hebben gelopen (waar overigens amper auto's rijden) gaat het pad nu dwars door het bos, door de naaldbomen. We hebben zelfs al herten gezien!
We hadden er goed de sokken in en de spirit was high. Gelukkig maar, want we hadden ons enigszins verkeken op de afstand op de kaart. We hadden ons helemaal gefocust op Drumgoff (op de kaart), maar we moesten nog een paar kilometer verder om onze B&B te bereiken. De hoge temperaturen en een paar gemene klimmetjes maakten het lopen niet eenvoudig vandaag.

Glenmalure Lodge is groter dan de B&B's tot nu toe. Dat waren vooral kleine B&B's met een paar kamertjes. Glenmalure Lodge is groot, veel kamers en met een eigen restaurant en pub. Het welkom viel wat tegen: onze koffers waren niet naar de kamers gebracht, die moesten we dus zelf de trap opzeulen. In de wijde omgeving geen winkels, dus we moesten hier iets eten. Voor Marianne waren er pasteitjes met champignonragoût en zelf heb ik een hamburger genomen. Beiden kregen we er salade bij en patat. We konden lekker buiten zitten aan houten picknicktafels. In de pub hebben we daarna nog een aantal pints bier gedronken en om 10 uur 's avonds lagen we best wel moe al op bed.
Morgen uitslapen en onze eerste rustdag!

Maandag 2 juni (derde dag): van Tinahely naar Moyne (14 km - 190 m stijgen)

Om kwart voor acht opgestaan. Na een uitgebreid ontbijt (we kozen beiden voor gekookte eieren vandaag) op weg gegaan. Het was opnieuw erg warm, zelfs de Ieren weten niet wat hen overkomt. De natuur is écht prachtig in deze tijd van het jaar. Overal bloeit gele brem.
We moesten een kilometer of twee lopen om van de B&B op het pad van de Wicklow Way te komen. En.... binnen een uur zijn we al verkeerd gelopen. We kwamen terecht op een pad dat vol koeienvlaaien lag, met als gevolg dat m'n hele schoenen en m'n broek tot boven m'n knieën onder de koeienstront zaten. Na een paar keer heen-en-weer te hebben gelopen besloten we om terug te lopen naar de laatste wegwijzer die we hadden gezien. We wilden net van start gaan toen een raam van een huis openging en er een vrouwenhoofd verscheen dat vroeg: Are you lost? Ze legde ons snel uit waar we verkeerd waren gelopen en toen we bij het betreffende paaltje aankwamen konden we gewoonweg niet geloven dat we dat hadden gemist. Dat kwam vooral doordat we niet hadden opgelet en hadden lopen kletsen. Na een pittig stukje klimmen zijn we bovenaan een heuvel heerlijk in de zon gaan liggen, naast een groot keltisch kruis. We zijn er zeker een uur blijven liggen, genietend van het prachtige weer.
De bewegwijzering van de Wicklow Way is echt heel goed. Maar wat moet je als er een paaltje omgevallen op de grond ligt? We hebben even een aantal richtingen uitgeprobeerd, maar besloten al snel terug te gaan naar het omgevallen paaltje. Toen ik het paaltje optilde en rechtop hield werd het ons al snel duidelijk welke kant we op moesten. Gelukkig kwamen we twee joggende Ierse hunks tegen, die ons bevestigden dat we weer op het juiste spoor zaten.
Volgens de kaart zou ongeveer eenderde van de afstand voor vandaag over een 'gele weg' gaan. Gelukkig bleek dat geen asfaltweg te zijn maar een halfverharde weg; een hele mooie wandeling. Marianne kreeg nog een blaar op haar kleine teen, maar dankzij de enorme voorraad blarenpleisters die we bij ons hadden was dat probleempje snel opgelost.
Onze B&B heet Kyle House, waar we gastvrij werden ontvangen door Margaret Coogan.
We mochten lekker in de tuin gaan zitten en op mijn vraag of er bier was kregen we beiden een blikje Guinness. Wel werd ons meteen toevertrouwd dat het tevens de laatste waren.
Deze B&B is écht in de middle of nowhere, er is geen enkele winkel of pub in de omgeving. We hadden dus geen andere keuze dan onze avondmaaltijd in de B&B te bestellen. Marianne is vegetariër, en dat blijkt (evenals in Nederland) toch altijd weer een probleem: de keuze was beperkt tot pasta. Zelf koos ik voor gevulde kipfilet. De pasta van Marianna bleek een bord wokkelmacaroni met een vage tomatensaus en gebakken aardappels. Vreemde combi... Dat je in Ierland geen culinaire hoogstandjes moet verwachten bleek ook nu maar weer: de gebakken aardappels hadden ca. 30 seconden in lauwe olie gelegen, waardoor ze vooral vet waren maar niet gebakken. De kipfilet was enorm droog en gevuld met een kleffe broodkruimelpasta; de aardappelpuree was klonteriger en droger dan we ooit hadden gegeten. En er waren veel te gaar gekookte wortelen en broccoli.
We schatten in dat de route voor morgen ca. 24 kilometer zal zijn. We willen op tijd vertrekken want met ons gemiddelde betekent dat al snel 10 uur onderweg zijn (inclusief 2 uur rustpauze). Daarom zijn we al om ongeveer 11 uur gaan slapen. Tsja, wat moet je anders in zo'n gehucht?

Zondag 1 juni (tweede dag): wandeling in de omgeving van Tinahely (16 km - 270 m stijgen)

Om kwart voor acht opgestaan en om half negen aan het ontbijt. Madge had zelfs een menukaart, je kon van alles kiezen! Prima geregeld. Marianne koos voor een continental breakfast (geroosterd brood met kaas) en ik voor roereieren. Verder was er vers fruit, yoghurt en cornflakes. Er waren nog twee gasten, ook Nederlanders die de Wicklow Way aan het doen waren. De vrouw vertelde dat zij beiden ervaren wandelaars waren, maar dat ze toch wel veel last had van spierpijn in haar kuiten. Opbeurende berichten dus voor ons, twee totaal-niet-ervaren wandelaars...

De wandeling op onze eerste dag bestond uit een rondwandeling in de omgeving van Tinahely, totale afstand 16 km. Aan het einde van de wandeling zouden we weer terugkomen bij Sundindale House. We liepen eerst naar het zuiden, waarna we ongeveer halverwege de route van de Wicklow Way zouden oppakken.
De eerste kilometers waren niet bewegwijzerd, maar volgens de beschrijving goed te vinden. Binnen drie kwartier zijn we echter verkeerd gelopen omdat we niet goed op de kaart hadden gekeken. Toen we dat uiteindelijk wél deden bleek dat we beter konden doorlopen dan terugkeren, we zouden uiteindelijk weer op het juiste pad komen. Jammer was wel dat we hierdoor een aantal kilometers over een autoweg hebben gelopen, terwijl het de bedoeling was om langs een oude, ontmantelde spoorlijn te lopen. We spraken af nu toch écht beter op te letten.
Halverwege vonden we inderdaad de eerste wegwijzer die de Wicklow Way aangaf. In de beschrijving zagen we dat we langs een pub zouden komen (The Dying Cow) waar we zouden kunnen pauzeren aan picknicktafels. Daar hadden we veel zin in, want het was erg warm en we hadden erg veel trek in een pint Guinness! Daarbij hadden de Nederlanders die ochtend gezegd dat er ook een nest met jonge zwaluwen zat, dus zeker een bezoekje waard. Het is dan ook op z'n minst merkwaardig dat we de pub kennelijk gepasseerd zijn zonder deze te zien...
Intussen was vooral Marianne erg moe en ze had erge hoofdpijn door de hitte, dus we besloten uit te rusten bij "Mullinacuffe church", een interessante ruïne met graven uit wel 1764. Na ongeveer een uurtje zijn we verder gegaan, de route was dankzij de uitstekende bewegwijzering nu goed te vinden. Het uitzicht was steeds prachtig, Ierland is echt een heel mooi land.
Na ongeveer zeseneenhalf uur (en dat terwijl er vier uur voor stond!) zijn we uiteindelijk om een uur of zeven 's avonds aangekomen bij Sunindale House.
We konden wederom lekker buiten op het terras zitten om de route voor de volgende dag alvast te bekijken (Marianne had alle routes op aparte bladzijden gezet, wat erg handig was). Het was opnieuw heel lekker weer, tot 's avonds laat. 's Avonds naar de pub gegaan, maar Marianne hing als een dood vogeltje op de bank vanwege de hoofdpijn, dus we hebben het niet heel erg laat gemaakt. Terug in de B&B is Marianne meteen gaan douchen en naar bed gegaan. Zelf heb ik nog even in de tuin rondgelopen en met Madge gepraat. Op een gegeven moment vroeg ik haar om een Jameson. Ze keek me aan en vroeg: Shall I make that a double, love? Goh, is het zó duidelijk aan me te zien? :(~
Toen ik terugkwam op de kamer was Marianne al in diepe slaap. Zelf heb ik nog een tijdje liggen lezen, en ben om een uur of twaalf gaan slapen.

Zaterdag 31 mei (eerste dag): van Gouda naar Tinahely

Om 04.30 uur opgestaan, wat niet meevalt voor een avondmens als ik. Ik moet wel toegeven dat als je zó vroeg buiten loopt, je zou willen dat je een ochtendmens bent. Buiten zijn voordat de rest van Nederland wakker wordt is écht heerlijk.
Eerst Marianne opgehaald, die er al helemaal klaar voor stond. We moesten met de trein van Gouda naar Schiphol. Te gek voor woorden dat het station van Gouda nog steeds geen lift of roltrap heeft. Eerst moet je je zware koffer een trap afzeulen, om hem vervolgens een enorme trap weer omhoog te zwoegen. Om 06.00 uur zaten we dan eindelijk op de trein te wachten.

Om 07.50 uur waren we op Schiphol, waar we tot 09.30 uur oeverloos in rijen hebben staan wachten. De gate was ruim 10 minuten lopen, en toen we om 09.45 uur bij de gate aankwamen was het boarden al begonnen. Vroeger was twee uur eerder dan je vluchttijd ruim voldoende om nog even op Schiphol te shoppen, tegenwoordig gaat die tijd op aan het in verschillende rijen staan, gewoon doordat er te weinig balies bemand zijn. Hierdoor was ik niet meer in de gelegenheid om m'n fototoestel te laten controleren bij een fotozaak. Jammer, want na de vakantie bleek dat de ruim 200 foto's die ik had gemaakt allemaal mislukt zijn :(~
Na een kleine vertraging kon het vliegtuig vertrekken en om 11.15 uur waren we in Dublin. Het was prachtig weer, erg warm.
Met de bus naar Connolly Station, een groot overdekt station met glazen dak, waardoor het binnen zó warm was dat we al snel de straaltjes langs onze rug voelden lopen. Gelukkig konden we verkoeling vinden in onze eerste pint Guinness op Iers grondgebied (om 12.15 uur!).
De trein van Connolly Station naar Rathdrum deed er een uur en een kwartier over. De trein was ongelofelijk lawaaiig en erg warm.
Bij het station in Rathdrum stond onze taxi al klaar om ons naar onze eerste Bed & Breakfast te brengen: Sunindale House, waar we gastvrij werden ontvangen door Madge. De kamer is
netjes maar erg klein, er is nauwelijks genoeg ruimte voor de drie bedden die er staan, laat staan voor onze koffers.
Eerst even naar het dorp gelopen, Tinahely, om water en iets te eten te kopen voor morgen.
's Avonds hebben we nog lang buiten kunnen zitten. Het was 20 graden en heerlijk zonnig. Zelfs de Ieren raken niet uitgepraat over de hoge temperatuur.
Omdat de kans bestond dat er livemuziek zou zijn in een van de pubs zijn we 's avonds nog naar de pub gegaan. Tinahely is piepklein (ongeveer 1300 inwoners), maar heeft wel 4 of 5 pubs. Die livemuziek was er niet, dus we zijn niet al te laat naar bed gegaan, omdat we doodmoe waren van de hele reis.

25 mei: de laatste oefenwandeling

Op zaterdag 25 mei besloten we nogmaals de wandeling te maken bij Zeist, zoals we die op 9 mei ook al hadden gemaakt. We zijn dit keer op een ander punt begonnen maar doordat er ergens een paaltje ontbrak (dat stond een stuk terug op een ander pad tegen een boom geparkeerd) zijn we verkeerd gelopen, waardoor we minstens de helft van het pad hebben gemist. Terug op het parkeerterrein bij Austerlitz (waar alle routes beginnen) hebben we dan maar besloten om een extra route te lopen. Omdat Marianne inmiddels blaren had opgelopen, hebben we gekozen voor de kortste route.
Tot zover onze voorbereidingen, nu konden we dan toch enigszins beslagen ten ijs komen!
Wicklow Way: here we come!

24 mei: 26,5 kilometer...

Volgend weekend is het al zo ver en, in tegenstelling tot Marianne, heb ik zelf nog geen enkele keer twee dagen achter elkaar gelopen. Dat zouden we dan dit weekend doen. Van Boreas van der Werff, een fanatieke wandelkennis, had ik een route gekregen die was uitgezet door de wandelvereniging waarvan hij lid is. De route liep van Gouda naar Haastrecht, Stolwijk, Berkenwoude en Gouderak weer terug naar Gouda. Onze langste afstand tot nu toe: 26,5 kilometer. Als we dit zouden redden, zo hielden we onszelf voor, dan zou de Wicklow Way ook appeltje/eitje zijn. Het was die dag erg warm en we kregen allebei last van zonne/warmte-allergie, wat zich uitte in enorme vlekken op vooral onze benen. Vraag niet hoe het kan, maar het laatste stuk zijn we verkeerd gelopen. Dit was waarschijnlijk het gevolg van vermoeidheid en de warmte, waardoor we niet goed op de routebeschrijving hebben gelet. Hierdoor moesten we enkele kilometers over de provinciale weg richting Gouderak lopen. Toen we Gouda bereikten waren we erg moe, mede als gevolg van de hitte. Op de Markt in Gouda zijn we neergeploft op een terrasje en hebben we onszelf beloond met een pint Guinness, om alvast in de stemming te komen!

17 mei: De Perkouwse route

Op zaterdag 17 mei moest het er maar eens van komen: onze eerste lange afstand. De Perkouwse wandelroute is 23 kilometer lang, en loopt van het Loetbos bij Berkenwoude via Gouderak en Stolwijk weer terug. Het lastige was dat het die dag slecht weer was. We startten met een miezerregentje. Marianne had haar regenjas aan en een regenbroek. Verder droeg ze waterdichte bergschoenen. Zelf had ik alleen een zeiljack aan en een gewone spijkerbroek. Bergschoenen heb ik niet, ik droeg gewone wandelschoenen van De Schoenenreus (à 20 euro). Het gevolg was dat het water dat van m'n zeiljack afliep rechtstreeks op m'n spijkerbroek kwam. Die was dan ook in no-time doorweekt. Gelukkig klaarde het na een kilometer of 10 op, waarna m'n spijkerbroek ook langzaam begon op te drogen (met de nadruk op langzaam). Nu hadden we het zó uitgekiend dat we op de helft van de afstand langs mijn huis zouden lopen, om daar te gaan lunchen en uit te rusten voor de tweede helft. Maar hoewel het intussen droog was, hadden we niet gerekend op 'De Elzerkade'. Dit is een graspad van een behoorlijke lengte, waarop het gras behoorlijk hoog staat. En hoewel het al lang niet meer regende werd m'n spijkerbroek écht doorweekt van het kletsnatte gras dat langs m'n broek veegde. Het water liep m'n schoenen in en klotste op het laatst over de randen. Gelukkig konden we ons bij mij thuis omkleden, maar van deze keer lopen in de regen heb ik veel geleerd. Een regenbroek is écht onontbeerlijk en een spijkerbroek is niet handig. En waterdichte schoenen is natuurlijk ook erg prettig. Uiteindelijk heb ik voor de Wicklow Way (behalve een regenbroek) twee dunne sportbroeken gekocht, die heel snel drogen. In geval van erge kou zou ik mijn regenbroek erover dragen.