Aantal pageviews

Maandag 3 augustus: standing stones!

Het water dat in Ierland uit de kraan komt is wel drinkbaar, maar de kleur varieert van heel lichtbruin tot behoorlijk donkerbruin. Hier in Murrisk is het aardig donkerbruin. Je haar wordt er ontzettend zacht van, maar flessenwater is een stuk lekkerder om te drinken.
Na het ontbijt (we kozen beiden voor scrambled eggs) hadden we de hele dag voor onszelf. Het is zowaar droog en vanuit het raam van onze kamer kunnen we het kapelletje zien dat bovenop de Croagh Patrick staat. Gisteren was het kapelletje niet te zien omdat de top omgeven was door wolken.
Eerst zijn we teruggereden naar het parkeerterrein van de Croagh Patrick. Op de gedetailleerde kaart die ik had gekocht hadden we gezien dat er vlakbij het parkeerterrein drie standing stones moesten staan. Hoewel ik al een aantal keren in Ierland ben geweest was het me nog niet gelukt om een standing stone te vinden. De Ieren zelf interesseert het niet veel, dus ook met hulp van 'locals' was het vinden van deze eeuwenoude stenen niet gemakkelijk.
Tegenover het parkeerterrein van de Croagh Patrick staat een monument ter nagedachtenis aan de vele slachtoffers van de hongersnood die Ierland trof tussen 1845 en 1850.
Door een plantenziekte mislukte de aardappeloogst vele jaren achter elkaar. Er was genoeg ander voedsel maar dat werd door de Engelsen ge-exporteerd voor hun eigen winst. Gevolg was dat er meer dan een miljoen Ieren de hongerdood stierven. Zelfs nu nog zijn er veel Ieren die daarom weinig ophebben met de Engelsen.
Natuurlijk was er op een paar honderd meter van het monument de restanten van een oud klooster te zien (Ierland is zooooo mooi!). Ik besloot het toch nog eens te proberen: er liep een man rond bij het kerkhof van het klooster en ik vroeg hem of hij de locatie wist van de standing stones. Hij bestudeerde eerst aandachtig de kaart die we hadden en zei toen, met een weids gebaar naar de basaltblokken die overal lagen aan de rand van het meer "But ther' stones lyin all around here, lov...". Oké, bedankt, we zoeken wel verder :)~
In een weiland langs de weg zag Líon ze staan: standing stones!! Op verboden terrein wel, maar ik zou me niet laten weerhouden door een hek, nu we eindelijk standing stones hadden gevonden. En in Ierland doen ze heus niet zo moeilijk als je een stukje op privéterrein loopt.
Natuurlijk foto's gemaakt en de stenen aangeraakt. Voor velen zijn het maar gewone stenen, voor mij was dit heel bijzonder.
Het was mooi weer, de zon scheen zelfs af en toe. We besloten om naar het strand te gaan en te kijken hoe een Iers strand er uitziet. Het zandstrand (Ierland heeft er niet zoveel) was bezaaid met grotere en kleinere kiezelstenen, niet echt lekker om je handdoekje op uit te spreiden. We hebben een uurtje langs de zee gelopen en mooie schelpen verzameld.
Daarna de kaart nog eens goed bestudeerd en..... op een paar kilometer afstand van waar wij stonden..... een hele rij standing stones bij het dorpje Askillaun!!
We parkeerden de auto vlakbij de vermeende vindplaats en gingen op zoek. Juist toen we op de kaart stonden te kijken waar die stenenrij zich nou precies moest bevinden sprak een man ons aan. Hoewel ik me had voorgenomen nooit meer aan een 'local' naar standing stones te vragen besloot ik het er toch nog eens op te wagen. En ja: de man wist precies welke stenen we bedoelden en waar ze staan. "Maar..." zo zei hij samenzweerderig, "... er is iets met die stenen, loop maar even mee naar mijn huis, dan leg ik het uit." Líon had zoiets van 'ja, duhu...' maar ik dacht: dit is Ierland, hier kun je zoiets gewoon doen!
We volgden de man naar zijn huis. Het viel me meteen op dat er een bakje buiten stond met kattenbrokjes er in. Mensen die van katten houden, kunnen nooit slechte mensen zijn!
De voorkant van het huis was een enorme bouwval, maar de achterkant bleek verrassend nieuw te zijn, met een werkelijk enorme woonkeuken. De man stelde zichzelf voor als Sean. Zo heet ook de man die enige jaren geleden mijn interesse wekte voor de Ierse taal. Sean en zijn vrouw legden uit dat het gerucht ging in het dorp dat de standing stones ooit kriskras in het weiland hadden gestaan maar dat ze door dorpelingen naar de zijkant van het weiland waren verplaatst om meer ruimte te maken in het weiland. Daardoor stonden ze nu op een rijtje. Bewijs hiervoor was er echter niet. Sean en zijn vrouw stonden op het punt om naar de pub te gaan om naar een wedstrijd Gaelic Football te gaan kijken tussen Kerry (Ciarraí) en Dublin (Baile Átha Cliath). Zijn vrouw vertelde dat Sean vandaag jarig was. Het was 3 augustus: de geboortedag van mijn moeder. Nee, toeval bestaat niet.
We kregen koffie (oploskoffie, omdat ze eigenlijk geen tijd hadden en op het punt stonden om naar de pub te gaan) en een rondleiding door het huis. Ieren zijn zoooooo aardig.
Op aanwijzing van Sean en zijn vrouw hadden we de stones row snel gevonden. Ook deze stenen stonden op privéterrein en dit hek was moeilijker om overheen te klimmen.
Na de stones row zijn we doorgereden naar de parkeerplaats van de veerboot naar Clare Island (Cliara).
Het was intussen weer beginnen te regenen dus hebben we in de auto zitten lunchen.
We besloten naar Westport (Cathair na Mart) te rijden om daar even rond te kijken. We reden verkeerd en belandden op een weggetje dat amper breder was dan de auto en alsmaar smaller werd. Op het laatst moest de auto zich een weg banen tussen de struiken die aan weerszijden van de weg groeiden. In het midden van de weg was een strook gras omdat daar eenvoudig weg nooit gereden kon worden. Langzaam vervolgden we onze weg totdat.... deze doodliep. Gelukkig was er net genoeg ruimte om te keren. Op naar Westport.
Westport is een grappig plaatsje. Bij de Tourist Information hebben we wat kaarten van het gebied gekocht. Ook heb ik daar een canvas schoudertas van het merk Guinness gekocht. We zijn begonnen aan de stadswandeling, maar al snel waren we verkeerd gelopen. Het regende nog steeds en het was niet zulk lekker wandelweer. Toch wel veel gezien.
Tegen de avond teruggereden naar Murrisk, waar we opnieuw in The Tavern ons laatste avondmaal in Ierland hebben gegeten en (uiteraard) een biertje hebben gedronken. Morgen moeten we alweer terug, snik....



Zondag 2 augustus: Croagh Patrick...

Om half negen opgestaan en allebei een gebakken eitje genomen als ontbijt. Even snel naar het dorp om een stokbroodje en melk in te slaan voor onderweg, en toen op weg naar Murrisk.
Onderweg zijn we even gestopt in Leenaun (of Leenane) (an Líonán) om foto's te maken en even rond te kijken in een winkeltje waar Líon iets leuks heeft gekocht voor haar kleine nichtje Romy.

De Croagh Patrick vonden we zonder al te veel moeite. Het parkeerterrein was helemaal vol: de Ieren gebruikten het lange vakantieweekend om zelf ook even die berg op te hollen. Gelukkig konden we de auto nog kwijt op de openbare weg.
Bij de ingang stond een man die geld ophaalde voor het mountain rescue team. Uiteraard hebben we geld gedoneerd, stel je voor dat we ze straks nodig hebben!
We keken allebei een beetje argwanend naar de Croagh Patrick: die berg was wel erg hoog zeg (724 m!). Volgens de legende heeft Saint Patrick (de beschermheilige van Ierland) ooit 40 dagen vastend en biddend op de berg doorgebracht. Ook wordt er gezegd dat hij de slangen uit Ierland heeft verdreven door ze vanaf de berg de zee in te jagen. Daarom zijn er in Ierland geen slangen (meer). Waarschijnlijker is het dat er nooit slangen in Ierland zijn geweest. Wel is Saint Patrick degene die het Christendom naar Ierland bracht. Hij gebruikte de shamrock (klaver) als symbool van de Heilige Drie-eenheid. Iedere laatste zondag van juli (Reek Sunday) vindt hier een pelgrimstocht plaats waarbij zo'n 25.000 pelgrims de tocht naar boven maken, velen blootvoets. Líon en ik waren dus precies een week te laat, we hadden deze 25.000 pelgrims graag willen vergezellen!
Onderaan de berg stond een man die stokken verhuurde. Die stokken moesten het makkelijker voor je maken om boven te komen. De prijs per stok was twee euro, maar als je hem naderhand weer inleverde kreeg je één euro retour. Je mocht de stok ook houden maar ja, wat moet je met een bezemsteel met een touwtje er aan? We huurden beiden een stok en toen: klimmen maar!
Het viel tegen. Het pad was niet alleen best wel steil, het was ook heel rotsachtig. Doordat het regende waren de stenen ook nog eens glad en ik ben een keer behoorlijk onderuit gegaan. Om een lang verhaal kort te maken: we zijn tot ongeveer tweederde omhoog geklommen en hebben toen besloten om het advies op het bord op te volgen en niet verder te gaan. Het was koud, nat en er stond een keiharde wind. We hebben afgesproken om het ooit een keer opnieuw te gaan proberen, want het uitzicht was geweldig. Maar dan moet het wel beter weer zijn! Grappig om te zien was dat sommigen de klim naar boven daadwerkelijk op hun blote voeten maakten, zoals ook Saint Patrick dit ooit zou hebben gedaan.
Het was ongeveer 16.00 uur toen we weer beneden aankwamen. Het was (min of meer) droog geworden en onderaan de berg hebben we het stokbrood zitten opeten met de laatste fenegriekkaas.
Log an Aifreann, onze B&B in Murrisk, hadden we snel gevonden (op de voorgrond: 'onze' auto). We werden ontvangen door de man des huizes. Direct nadat hij de voordeur had geopend en wij onszelf hadden voorgesteld vroeg hij wat we morgenochtend voor ontbijt wilden. Daarna bracht hij ons naar onze kamer (met ligbad en tv!). In de kamer stonden een 1- en een 2-persoonsbed en ik mocht van Líon in het 2-persoonsbed. Het is echt jaren geleden dat ik in een 2-persoonsbed heb geslapen; jeetje mina: wat een ruimte!
Evenals in de meeste B&B's in Ierland hangt het ook hier vol met religieuze prenten.
Het regende intussen pijpenstelen dus besloten we maar naar de pub te gaan (tsja, je moet toch wat?). De pub (The Tavern) was werkelijk afgeladen. Niet duidelijk was of dat door de bank holiday kwam, de regen, omdat het zondag was, de nabijheid van de Croagh Patrick of gewoon omdat Ieren nou eenmaal altijd in de pub rondhangen. Na de gebruikelijke Guinness (voor mij dan, Líon geeft de voorkeur aan cider, ook lekker natuurlijk) hebben we maar meteen een hapje gegeten.
We kozen beiden voor lasagne. Grappig is dat je in Ierland bij je lasagne altijd ook nog een kruiwagen vol patat krijgt.
Het regende nog steeds behoorlijk, dus zijn we lekker in de pub blijven hangen. De 'fout' die we hebben gemaakt is dat we ook nog een toetje hebben genomen en dat maakte dat we allebei wel heel erg vol zaten.
Na nog een biertje of wat zijn we teruggegaan naar de B&B, waar we op bed hebben zitten uitbuiken.

Zaterdag 1 augustus: Connemara!

Om acht uur opgestaan. Tijdens de nacht had het behoorlijk geregend en het miezerde nu een beetje. De temperatuur bleef steken rond de 15 graden. En dat terwijl het in Nederland 25 graden is!
Om half negen zaten we (als eersten) in de eetkamer. Alles ziet er hier ongelofelijk glimmend uit. De vloeren glanzen hier zo verschrikkelijk dat je bang bent om er een stap op te zetten.
We werden beiden overvallen door de vraag of we een 'Irish breakfast' wilden of een 'continental breakfast'. De gedachte aan bonen die rondzwommen in het vet van bloedworst en saucijsjes schrok ons af, dus we kozen snel voor het 'continental breakfast'. Dat bestond uit twee soorten kaas, kaasspread en verschillende soorten brood. En dat terwijl we onszelf scrambled eggs hadden beloofd... :(~ We besloten om dat morgenochtend maar in te halen.
Na het ontbijt zijn we naar de supermarkt gelopen en hebben we een bruin stokbrood gehaald, kaasspread en melk voor vandaag. Toen we terug wilden lopen begon het enorm te plenzen. Zo erg dat we een tijdje hebben staan schuilen om niet kletsnat te worden...
En toen: op naar Connemara National Park (Páirc Naisiúnta Chonamara). Líon had gisteren de hele dag gereden dus nu was het mijn beurt weer. De auto rijdt echt heerlijk en hij gaat zeker mijn keuze beïnvloeden wanneer ik straks in oktober een andere auto ga kopen!
Zoals gewoonlijk was ik weer eens geheel onvoorbereid op weg gegaan. Niet alleen waren we de wegenkaart vergeten, we hadden zelfs niet gekeken hoe we moesten rijden. (Iedereen die mij kent knikt nu vol herkenning...). We hadden dan ook werkelijk geen idee welke kant we op moesten. Ik herinnerde me dat Annemiek gisteren had verteld dat zij en haar vriendin de 'Fáinne Conamara' (Connemara Loop) hadden gereden. Dit is een grote cirkel dwars door het prachtige landschap van Connemara. Toen we een wegwijzer zagen met de vermelding 'Fáinne Conamara' hebben we die dan ook gekozen. Het landschap is werkelijk adembenemend en we zijn een aantal keren gestopt om foto's te nemen. In 1981 had de Franse zanger Michel Sardou een hit met "Les lacs du Connemara". De bijbehorende videoclip liet het Connemaralandschap zien en ik was op slag verliefd. Alleen... ik dacht toen dat Connemara in Frankrijk lag. Dat kwam natuurlijk enerzijds doordat het een Franstalig liedje was, maar mede ook door de manier waarop Michel Sardou het woord uitsprak: ConnemarAAAAAAA. Ik nam me toen al voor het ooit te gaan bezoeken. Pas een aantal jaren geleden hoorde ik dat Connemara in Ierland ligt! http://www.youtube.com/watch?v=l11GyqVu_-o (Klik op de link om het filmpje van destijds te zien.)
Na een tijdje kwamen we aan bij Connemara National Park, volgens velen het mooiste natuurpark van Europa. Pas in 1980 is een gedeelte van het park opengesteld voor het publiek. Het gedeelte dat toegankelijk is voor het publiek is relatief klein, en dat viel me erg tegen. Er is een aantal wandelroutes die allemaal in elkaar overlopen, waardoor je ze naar wens kunt verlengen of verkorten. Gelukkig was het intussen droog geworden, maar er stond een keiharde, steenkoude wind. We besloten om de Diamond Hill te beklimmen, een 'berg' van 442 meter hoog. We zijn tot ongeveer halverwege gekomen. Het pad daar werd erg steil en door de keiharde wind vonden we het beiden niet erg verantwoord om nog hoger te gaan. Later baalden we er een beetje van dat we de top niet hebben gehaald. Alweer een reden om nog een keertje terug te gaan! Eenmaal beneden hebben we op het besloten terras van het informatiecentrum lekker in de zon het stokbrood met kaas en kaasspread zitten opeten. Daar werd ik er weer pijnlijk aan herinnerd dat ik geen zakmes bij me had, omdat dat in mijn handbagage was blijven zitten en op Schiphol in beslag werd genomen. Mijn mooie, multifunctionele Zwitserse zakmes zit nu in de broekzak van een douanebeambte... Ja, ik weet het: dom... Maar echt: er komt een dag dat ik eerst zal nadenken alvorens iets te doen ;-)
Tegen zes uur zijn we teruggegaan. Onderweg gestopt in Recess (Sraith Salach, dat zoveel betekent als 'vies stuk grond') omdat we de 'Connemara Giant' zagen: een standbeeld van een reus. Ook daar weer even gestopt en foto's gemaakt.
Toen we 's avonds terug waren in Oughterard hadden we beiden nog wel trek in iets te eten, maar niet een hele maaltijd. We besloten de afhaal-Chinees te proberen (ja echt, die hebben ze daar!). We kozen voor de crispy chicken spring rolls, in de veronderstelling dat we een loempia zouden krijgen. We kregen echter per persoon twee piepkleine gefrituurde rolletjes, waar amper vulling in zat. Niet echt lekker. Reden dus om maar weer de pub (The Boat Inn) in te duiken! Nou ja, elke reden is natuurlijk goed genoeg om nog even de pub in te duiken...
Uiteindelijk om een uur of elf naar bed gegaan omdat we allebei best moe waren. Gelukkig was het vandaag wel droog gebleven maar door de keiharde wind voelde de 15 graden nóg kouder aan.
Morgen gaan we even die Croagh Patrick op- en afhollen!

vrijdag 31 juli: Galway (Gaillimh) en Oughterard (Uachtar Ard)

Opnieuw een onrustige nacht. Dit keer niet vanwege slecht weer, maar omdat we een buurman hebben die zó hard snurkt dat bij ons de muren trillen. Je zult er naast slapen! Ook heb ik letterlijk wakker gelegen van de schade aan de huurauto. Schade die wij niet hebben veroorzaakt maar die ons wel ons eigen risico gaat kosten, ben ik bang.
Direct na het ontbijt zijn we eerst nog even wat boodschappen gaan doen in Lisdoonvarna en daarna richting Galway gereden, een afstand van totaal 75 kilometer.
Het was bizar druk. De Ieren hebben uitgerekend dit weekend een bank holiday en iedereen is massaal onderweg naar zijn vakantiebestemming. Rond Galway werd het Summer Festival 2009 gevierd, met vooral veel paardenraces. De wegen naar en rondom Galway zaten helemaal vol, waardoor we heel lang in de file hebben gestaan. En dat terwijl alle Ieren die ik persoonlijk ken altijd beweren dat er in Ierland geen files zijn, hooguit een enkele tijdens de spits rond Dublin. De druilerige regen maakte het 'drama' compleet.
Onderweg passeerden we (natuurlijk) een leuk kasteel en we besloten meteen maar even te gaan kijken. Het ging hier om Dunguaire Castle in Kinvara. Op de bovenste verdieping van het kasteel kon je naar buiten en via een hele smalle doorgang kon je een rondje lopen buiten het kasteel. Met mijn hoogtevrees leek me dat niet zo'n goed idee, maar Líon durfde het wel. Zij heeft dus leuke foto's kunnen maken.
Pas om een uur of twee kwamen we in Galway aan. Daar hadden we afgesproken met Annemiek (onze Ierse leraar) en haar vriendin, die op doorreis waren naar Dublin. Líon en ik hadden eerst een beetje willen gaan shoppen, maar doordat het aardig doorregende hebben we daar maar van afgezien en zijn we een pub ingedoken. Een pub waar zich alle mannen van Galway hadden verzameld, zo leek het. Iedereen was in een uitgelaten (lees: halfdronken) stemming vanwege de paardenraces. Grappig was dat Líon en ik de enige vrouwen waren en toen ik aan de bar onze drankjes ging bestellen werd ik meteen versierd door twee dronken Ieren die spontaan aanboden iets leuks (?) met ons te gaan doen :)~
Een klein halfuurtje later kwamen Annemiek en haar vriendin binnen en hebben we lekker even zitten kletsen. Het was toch wel speciaal om elkaar nu in Ierland te treffen.
Na een uur hebben we afscheid van elkaar genomen en omdat het nog steeds regende besloten Líon en ik om het shoppen in Galway maar helemaal over te slaan en meteen door te rijden naar Oughterard. Onderweg naar de auto kochten we een pizza (die vers voor ons werd bereid met de ingrediënten die we zelf hadden gekozen en dat voor maar 5 euro) die we lekker in de auto hebben zitten opeten. De pizza was echt lekker!
Terug de weg op richting Oughterard (28 kilometer). Meteen belandden we weer in de file en het duurde lang voordat we Oughterard bereikten. De B&B (Crossriver) was niet makkelijk te vinden maar nadat we een 'local' om hulp hadden gevraagd loste dit probleem zich snel op. In tegenstelling tot het huisje dat we twee jaar geleden huurden in Oughterard lag onze B&B pal in het centrum van het stadje.
Door het fileleed kwamen we laat aan. We hebben onze koffers naar de kamer gezeuld en zijn daarna wat boodschappen gaan doen in de supermarkt. Ook hebben we een paar aardige dingetjes gekocht bij de plaatselijke souveniersshop.

Bij Lough Corrib (Loch Coirib) hebben we vervolgens op een steiger broodjes met kaas gegeten en vruchtenyoghurt, terwijl Líon luisterde naar haar favoriete muziek van Clannad. Het is altijd een wens van haar geweest om deze muziek te beluisteren in het land van oorsprong. Een droom verwezenlijkt dus! En... wat is er lekkerder om de avond af te sluiten dan een pint Guinness? Dus zijn we teruggelopen naar Oughterard en hebben we in The Boat Inn, een van de vele pubs, nog lekker even zitten kletsen. Tegen twaalven zijn we gaan slapen.

donderdag 30 juli 2009: The Cliffs en the Burren (en nog veel meer)

Na een bijzonder onstuimige nacht (het regende pijpenstelen en het waaide enorm) zijn we om acht uur opgestaan. We hadden allebei erg onrustig geslapen omdat de deur rammelde en we eigenlijk niet zeker wisten of er nou iemand aan de deur stond te rukken of dat het door de wind kwam. We hadden ons ontbijt pas om negen uur besteld, dus dat gaf ons nog een half uurtje om buiten even wat foto's te maken van de omgeving (op de foto zie je in de verte de Atlantische Oceaan).
Adrian kwam de bestelling opnemen voor het ontbijt, terwijl Bev in de keuken stond en alles klaarmaakte. We kozen beiden voor de scrambled eggs met toast. Ook was er keuze uit verschillende soorten cornflakes, muesli, pruimen en yoghurt.
Bij het ontbijt ontdekten we dat Adrian een (plaatselijke) bekendheid moet zijn, gezien het feit dat er een CD met zijn beeltenis op de cover bij de muziekinstallatie lag. Toen ik hem ernaar vroeg bevestigde hij dat hij Peadar Reilly heel goed kent. Peadar heb ik in 2006 ontmoet in Amsterdam, toen hij daar optrad met de in Doolin wereldberoemde formatie Caher.
Om half tien zijn we naar de Cliffs of Moher (Aillte an Mhothair) gereden. De kliffen bestaan uit kalkzandsteen en strekken zich uit over een lengte van acht kilometer, tussen de dorpen Doolin en Liscannor.

De kliffen rijzen 120 meter op uit de Atlantische Oceaan (an tAigéan Atlantach) bij Hag's Head (Ceann na Cailleach). Het hoogste punt ligt op 230 meter. Halverwege ligt O'Brien's Tower, een ronde stenen uitkijktoren, die in 1835 werd gebouwd.

Het was helder en zonnig weer en daardoor waren de Araneilanden (Oileáin Árann) goed te zien. De kliffen zijn een goed voorbeeld van erosie door de zee: je kunt de duizenden jaren oude sedimentaire lagen gemakkelijk herkennen. Erg indrukwekkend en imposant.

Vervolgens zijn we langs de kustweg richting Ballyvaghan (Baile Uí Bheachain) gereden. Onderweg zijn we gestopt om het prachtige landschap van the Burren (Boireann) te bewonderen.
The Burren is een uniek landschap van kalksteen dat zo'n 300 km² beslaat. Het is bezaaid met megalieten: grote stenen gedenktekens uit de oudheid. De vorming van dit landschap begon ongeveer 300 miljoen jaar geleden, toen het huidige Ierland een ondiepe zee in een tropisch klimaat was. In deze zee leefden kleine diertjes die kalk-skeletjes bevatten. Wanneer deze diertjes stierven vielen ze op de zeebodem, waarna de kalk-skeletjes tijdens een miljoenen jaren durend chemisch proces aan elkaar vastgekit werden.
Zo ontstond een meters dik pakket kalksteen. Dit kalksteenpakket kwam na verloop van tijd boven zeeniveau te liggen en vormde een plateau: The Burren. Opvallend genoeg is het rotsige landschap zeer vruchtbaar en komen er veel planten uit verschillende biotopen voor. Ook leven er veel verschillende dieren.
In de Burren leven al zo’n 5000 jaar mensen. In de bronstijd was het bouwen van rustplaatsen voor de doden zeer belangrijk en dat is te zien aan de overblijfselen, die soms dateren uit 600 voor Christus. Veel dolmens en dúns zijn bewaard gebleven, net als een aantal forten.
Tijdens het ontbijt die ochtend hadden we afgesproken om de rondwandeling met gids te gaan maken door de Burren. Die wandeling zou om 14.30 uur starten en al snel bleek dat we dat niet meer konden halen. Jammer genoeg zitten er maar 24 uren in een dag. We zullen dus nog eens terug moeten naar dit indrukwekkende landschap. Ook het bezichtigen van de Aillwee Caves (een eeuwenoud grottenstelsel onder the Burren) hebben we moeten skippen, puur uit tijdgebrek.
In Ballyvaghan zijn we uiteindelijk gestopt om te gaan lunchen. Lekker op een bankje in de zon gezeten met uitzicht op Galway Bay (Cuan na Gaillimhe) crackers met fenegriekkaas (met dank aan Elsabé, mijn buurvrouw) zitten eten.
Vervolgens zijn we naar de Poulnabrone Dolmen gereden. Dit grafmonument uit het Neoliticum is in de jaren tachtig van de twintigste eeuw afgegraven en daarbij is aangetoond dat het monument diende als graf voor tenminste 33 personen. Omdat ik erg geïnteresseerd ben in de Keltische cultuur vond ik dit grafmonument geweldig om te zien.
Voordat we aan onze vakantie begonnen had Líon al de watervallen van Ennistymon (Inis Díomáin) gevonden op Google. We besloten door te rijden naar Ennistymon en de watervallen te gaan bezichtigen. Bev had ons die ochtend voorzichtig gewaarschuwd dat deze wel eens konden tegenvallen: als het een tijd niet had geregend dan was er niet veel te zien volgens haar.
We zaten nog maar net in de auto toen we borden zagen richting een 'Caherconnel'. Dat is een fort dat bestaat uit een ronde stenen muur. Binnen de ring woonden één of meerdere families met hun dieren. De stenen muur was bedoeld om de vijanden buiten te houden. Buiten de muur waren de verblijven voor het personeel. Het fort is ca. 1500 jaar geleden gebouwd. In 2008 is er nog een bijzonder goed geconserveerde ruimte uitgegraven, waarin het skelet van een 15- à 25-jarige vrouw werd gevonden.
Opnieuw op weg naar Ennistymon. Na een paar kilometer zagen we de restanten van een het kerkje Teampall an Chairn met een kerkhof vol keltische kruizen. Weer stoppen dus om rond te kijken en foto's te maken. In Ierland kun je elke vijf kilometer wel stoppen omdat er iets moois te zien valt. Uiteindelijk lukte het ons om Ennistymon te bereiken. De watervallen waren snel gevonden en we hadden geluk. De enorme regenval van afgelopen nacht zorgde voor een geweldig spektakel.
Bij de plaatselijke take-away haalden we hamburgers en patat, die we bij het denderend geraas van het neerstortende water hebben zitten opeten.
Uiteindelijk zijn we teruggereden naar Doolin, waar we opnieuw in McDermott's Pub zijn beland. Morgenochtend zullen we naar Galway (Gaillimh) rijden en vandaar naar Oughterard (Uachtar Ard), de tweede bestemming van onze vakantie.

woensdag 29 juli 2009: van oost naar west

De klok op onze Hyvespagina's tikte tergend langzaam de dagen, uren en minuten weg, maar eindelijk was het dan zo ver!
We vertrokken om kwart over tien 's morgens vanaf Schiphol en om ongeveer half elf (dankzij het uur tijdverschil) landden we op Dublin Airport. Op de luchthaven van Dublin (Baile Átha Cliath) konden we onze huurauto ophalen, een leuke kleine Opel Corsa.

Líon bood spontaan aan om het eerste gedeelte te rijden. Zij had al eerder links gereden in Engeland, maar in een Nederlandse auto. Mede dankzij Líons navigatiesysteem konden we vrij snel de weg richting het westen vinden. Van Dublin tot ongeveer het midden van het land is er tegenwoordig een behoorlijk moderne (tol)weg waar je 120 mag rijden. Dat schoot dus al lekker op. Links rijden valt best mee, soms is het lastig om de afstand naar de linkerberm te schatten. We hadden afgesproken om een tussenstop te maken in Athlone (Baile Áth Luain), omdat dat ongeveer op het geografisch middelpunt ligt van Ierland, dus ongeveer op de helft tussen Dublin en onze eindbestemming voor die dag: Doolin (Dúlainn).
De rivier de Shannon (Abha na Sionainne) loopt dwars door Athlone en het leek ons leuk om te gaan lunchen bij Lough Ree (Loch Ríbh), een van de grootste meren van de Shannonrivier. Na enig zoeken vonden we het meer waar we lekker even hebben kunnen uitrusten, genietend van het prachtige uitzicht over het meer.
Het tweede gedeelte, van Athlone naar Doolin (opnieuw zo'n 125 kilometer), heb ik zelf gereden. Dit laatste stuk ging weer over de 'oude' weg, waardoor we er een stuk langer over deden dan over het eerste gedeelte. Onderweg hebben we een keer een tussenstop gemaakt op een berg om wat mooie foto's te schieten van fraaie vergezichten. Ierland is zooooo mooi!
Na tien foto's te hebben gemaakt gaf mijn camera aan dat de batterijen leeg waren. Dat was onmogelijk, aangezien ik de batterijen er de avond ervoor had ingedaan. Even was ik bang dat de geschiedenis zich zou herhalen. Toen ik verleden jaar op Schiphol stond had ik het vermoeden dat mijn camera kapot was. Maar ik was toen met iemand die erg nerveus wordt onder tijdsdruk en daardoor gunde ik mezelf niet de tijd om mijn camera te laten controleren. Te meer toen nieuwe batterijen de oplossing leken. Maar aan het einde van de vakantie bleek dat de camera inderdaad kapot was en dat geen van de foto's was gelukt. Maar nu had ik een nieuwe camera gekocht. Gelukkig bleek het probleem te zitten in de batterijen, die niet geschikt bleken voor een digitale camera. Nooit geweten dat je daar verschil in hebt... Nieuwe batterijen losten het probleem gelukkig onmiddellijk op!
Het navigatiesysteem kende niet het plaatsje Doolin, maar wel Lisdoonvarna (Lios Dúin Bhearna) dat een paar kilometer van Doolin af ligt. Lisdoonvarna zelf heeft maar zo'n 825 inwoners, maar elke jaar in september wordt er een enorm vrijgezellenfeest georganiseerd waar jaarlijks ca. 40.000 alleenstaanden van over de hele wereld op af komen in de hoop een leuke partner te vinden. Na Lisdoonvarna hadden we Doolin vrij snel gevonden.
Doolin staat bekend om zijn traditionele Ierse muziek en de prachtige omgeving: vlakbij de Cliffs of Moher en the Burren.
Ook Craggy Island, onze eerste B&B, was snel gevonden. Deze ligt een aardig eindje buiten Doolin, in the middle of nowhere. Juist toen ik de auto parkeerde begon het enorm te stortregenen. We hebben een minuut of vijf in de auto zitten wachten tot het ergste voorbij was. Vanuit onze kamer hebben we uitzicht op zee! Onze gastheer en -vrouw zijn Adrian en Bev O'Connor. Terwijl wij onze koffers naar boven zeulden maakte Bev thee voor ons. Onder het genot van een kopje (erg sterke) Ierse thee vertelde ze ons over de plaatselijke bezienswaardigheden. Adrian liep rond met grote stapels schone handdoeken en later zagen we hem bezig om de tafels te dekken voor het ontbijt de volgende ochtend. Beiden deden hun uiterste best om het ons naar de zin te maken.

Na de thee zijn we teruggereden naar Lisdoonvarna en hebben we eerst wat boodschappen gedaan bij de plaatselijke Spar. Het was intussen weer prachtig weer geworden!
Toen we terugkwamen met onze boodschappen viel het me ineens op dat de auto waarin we reden een behoorlijke schade had aan de voorkant. Líon en ik waren ervan overtuigd dat wij dat niet hadden gedaan, maar ik baalde als een stekker. We hadden 200 euro eigen risico, en ik vond het heel erg zonde van het geld. Per slot van rekening konden we niet bewijzen dat wij het niet hadden gedaan, aangezien de man van het verhuurbedrijf niet met ons om de auto heen was gelopen. Balen!!
Daarna zijn we teruggereden naar Doolin om iets te gaan eten en..... (eindelijk) een pint Guinness te gaan drinken. Na een hele dag in de auto was ik daar wel aan toe. We kozen hiervoor McDermott's Pub (Mac Diarmada) uit.
We rammelden van de honger na een hele dag in de auto en we kozen beiden voor kip met kerriesaus en rijst. Het eten was erg lekker, maar Líon kon de Guinness niet heel erg waarderen. Ik heb me maar opgeofferd en haar glas ook leeggedronken. Tsja, iemand moet het doen, het is per slot van rekening ook zonde om het weg te gooien... We hebben lang zitten kletsen over de belangrijke dingen in het leven, zoals mannen en seks :)~ Tegen tienen zijn we teruggereden naar onze B&B omdat we allebei erg moe waren. Per slot van rekening waren we die ochtend al om half vijf opgestaan.

De locaties!

De papieren zijn binnen en dus zijn de locaties waar we zullen gaan verblijven bekend. De eerste twee dagen verblijven we in Doolin en van daaruit zullen we de Cliffs of Moher gaan bezoeken en the Burren. Al Googelend ontdekte Líon dat vlakbij ook de bekende watervallen van Ennistimon te vinden zijn en natuurlijk gaan we ook die bekijken.
Ook vond ze informatie over Aillwee Cave, een twee miljoen jaar oud grottenstelsel onder de Burren. Vroeger woonden er prehistorische beren. Cool!!!
Daarna verblijven we twee nachten in Oughterard. Hier ben ik al eerder geweest maar toen had ik niet de beschikking over een auto. Dat was jammer, want Connemara National Park lag op een steenworp afstand van ons huisje, maar was door de lastige busdiensten niet te bereiken. Dat gaan we nu inhalen!
Vervolgens zullen we twee dagen verblijven in Murrisk, van waaruit we de Croagh Patrick zullen gaan beklimmen (762 m).
Nog precies veertien dagen! Hopelijk zijn de weergoden ons gunstig gestemd...