Aantal pageviews

Maandag, 25 april 2011

Ik was al om zes uur wakker omdat we heel vroeg zijn gaan slapen gisteren. Om half acht zijn we opgestaan en na het douchen richting ontbijttafel gegaan. Het ontbijt bestond uit een gebakken ei. cheddarkaas, brie, cornflakes met (vruchten)yoghurt, een soort rösti met gebakken tomaten en champignons. Er waren nog twee andere gasten in de ontbijtkamer. Twee mannen die bezig waren met opgravingen bij Newgrange. De oudere man had Ierse voorouders maar woonde al zijn hele leven in Engeland, de jongere man vertelde dat hij uit Tsjechië kwam. Toen we vertelden dat we onderweg waren naar Gleann Cholm Cille voor een cursus Iers sprak de oudere man de wijze woorden: Well, ye'll be speakin more Irish than the Irish then... Bedankt, erg motiverend hoor!Eigenlijk stonden op het programma vandaag Newgrange en de Hill of Tara, maar Irene, de bean an tí (woman of the house), raadde ons aan om naar Monasterboice te gaan, een voormalig klooster.
Na het ontbijt, rond een uur of 10, zijn we op pad gegaan richting Knowth en Newgrange. Het is zo'n 15 graden en er staat een keiharde wind. Gelukkig is het wel droog.
Eerst lekker rondgespit in het bezoekerscentrum en daarna met de bus naar Knowth.
De grafheuvels Newgrange, Knowth en Dowth bevinden zich in de Brú na Bóinne in het County Meath, een archeologische vindplaats bij de rivier de Boyne. Je vindt hier veel neolithische bouwwerken.
Na Knowth zijn we naar Newgrange (Iers: Dún Fhearghusa) gegaan. Dit is de bekendste prehistorische vindplaats van heel Ierland.
Het is één van de graftombes van het Brú na Bóinne-complex en werd in 1993 op de lijst van cultureel erfgoed van de UNESCO geplaatst. Volgens de resultaten van koolstofdateringen werd het bouwwerk zo'n 3200 v.Chr. gebouwd, wat het circa 600 jaar ouder maakt dan de piramides van Gizeh in Egypte en zo'n 900 jaar ouder dan Stonehenge in Engeland. Het monument is een ganggraf.
Newgrange is zodanig gebouwd dat tijdens de wintersolstice (winterwende, de kortste dag), het licht exact door een opening boven de ingang van het graf schijnt. De straal zonlicht beschijnt dan precies de achterkant van de gang. Dit werd nagebootst met kunstlicht, nadat eerst het licht in de donkere, smalle gang was uitgedaan. Indrukwekkend maar ook eng! De graftombe is gebouwd van stenen uit de Wicklow Mountains, vele tientallen kilometers verderop. Geschat wordt dat honderden mensen er vele tientallen jaren over moeten hebben gedaan om de tombe te bouwen. Maar nog steeds is niet duidelijk voor wie de tombe uiteindelijk is gebouwd. In de tombe zijn zo'n 35 lichamen aangetroffen maar nog steeds is niet duidelijk wie deze mensen zijn geweest. Opmerkelijk is het dat er in de wijde omgeving geen andere graven met menselijke resten zijn gevonden, terwijl er toch duizenden mensen moeten hebben gewerkt aan het bouwsel. Raadsels!!
Daarna naar Old Mellifont Abbey (Iers: An Mhainistir Mhór, 'grote abdij').
Dit is de eerste Cisterciënzer abdij in Ierland, gelegen aan de rivier de Mattock tussen Collon en Drogheda in County Louth. De abdij floreerde tot de sluiting in 1539. Enige kilometers verderop ligt sinds 1938 de nieuwe Cisterciënzer abdij New Mellifont. We hebben wat rondgedwaald tussen de restanten van de abdij, terwijl we ons probeerden voor te stellen hoe het leven er toen aan toe ging. 


Na Mellifont Abbey zijn we naar Monasterboice gegaan, een voormalig klooster uit de vijfde eeuw.
Begin twaalfde eeuw verloor het klooster zijn functie, mede door de stichting van Mellifont Abbey. Op het kerkhof staan, naast een negende eeuwse ronde toren, drie grote Keltische kruisen uit de tiende eeuw. We hebben er lang rondgedwaald, de kruisen zijn prachtig en heel goed bewaard gebleven. We vonden Monasterboice erg indrukwekkend.
Omdat we er toch vlakbij waren, besloten we om ook even een kijkje te gaan nemen bij New Mellifont Abbey. Helaas is dat een redelijk modern gebouw, waar weinig aan te zien valt.

De dag was intussen bijna om en we besloten iets te gaan eten in Navan. Maarrrr.... we namen de verkeerde afslag en kwamen in Duleek. Daar hebben we bij een Italiaan gegeten, allebei een pizza. Het valt me op dat er veel andere restaurants zijn gekomen in Ierland. In tegenstelling tot een aantal jaren geleden zie je nu veel Italiaanse en Chinese restaurants en take-aways. De kwaliteit van het eten in zijn algemeen is er ook op vooruitgegaan sinds ik een aantal jaren geleden voor het eerst in Ierland kwam.

Na het eten nog wat rondgekeken in het stadje. Op het plaatselijke kerkhof staat een mooie ruïne met daarnaast een als kerk vermomd restaurant. Heel grappig!
Daarna teruggereden naar onze B&B.

Zondag, 24 april 2011

Twee weken Ierland. Eerst vijf dagen alleen met Edith, daarna een lang weekend Iers leren met nog twee anderen en dan nog vijf dagen alleen met Annemiek, mijn Ierse juf.
We hadden voor de middagvlucht gekozen, doorgaans neem ik altijd de vroegste vlucht. Een middagvlucht heeft natuurlijk als voordeel dat je niet voor dag en dauw hoeft op te staan. Voor mij niet onbelangrijk, want ik ben niet zo'n ochtendmens.
Eerst met de auto naar Den Haag. Er moet van alles aan mijn auto gebeuren dus die blijft lekker twee weken achter bij de garage. Daarna met de bus naar Den Haag Centraal gereden. Het Centraal Station in Den Haag wordt verbouwd; de verbouwing duurt naar mijn gevoel al zo'n kleine honderd jaar. Het is er een enorm onoverzichtelijke bouwput. De lift deed het niet, dus moest ik mijn zware koffer een steile ijzeren (bouw)trap afzeulen.
De trein vertrok op tijd (ja, het kan!) en om even na tien uur was ik al op Schiphol. Als er geen vertraging is, dan is reizen met de trein redelijk snel en comfortabel.
Edith verscheen al na een kwartiertje, haar trein had ook geen vertraging gehad.
Het zelf inchecken bij de zelfbedieningspalen is ideaal: je typt je reserveringscode in en je boardingpassen worden direct geprint. Van onze koffers waren we ook snel af, dus de pret kon beginnen. Lekker tax-free shoppen en een kopje koffie drinken. Edith had lekkere verse gevulde koeken meegebracht, heerlijk!
Onze vlucht vertrok vanaf Schiphol om 13.05 uur. Om ca. 13.30 uur (lokale tijd) zijn we geland op Dublin. Het vliegveld van Dublin heeft een enorme metamorfose ondergaan. Het is prachtig verbouwd en enorm groot geworden. Het was dan ook wel even zoeken naar de balie waar we onze auto konden ophalen. De auto was fors duurder dan we hadden verwacht. Naast het basispakket kost elke extra chauffeur zo'n 100 euro extra, het kostte 200 euro om alle eventuele schade af te kopen en er kwam nog meer geld bij omdat we ook naar Noord-Ierland zouden gaan. Alles bij elkaar kostte de auto zo'n 550 euro voor twee weken! We kregen een splinternieuwe Peugeot 207 mee met nog maar 1500 kilometer op de teller.
Links rijden is geen probleem, daar ben je snel aan gewend. Vreemder is het dat de snelweg door iedereen wordt gebruikt om van A naar B te komen. Snelwegen zijn gewoonlijk maar twee banen (één voor elke rijrichting), zonder vangrail ertussen. Je mag er 120 rijden, maar er rijden ook trekkers en fietsers. Er lopen mensen hun hond uit te laten en soms lopen er ook schapen op de weg. De snelwegen in Ierland zijn best gevaarlijk, ook al omdat ze 's nachts bijna allemaal onverlicht zijn (met uitzondering van de omgeving van de grotere steden).
Om een uur of vier 's middags bereikten we onze eerste B&B, Roughgrange Farm in Donore. Edith was er al een keer eerder geweest en wist goed de weg. We hebben twee aangrenzende kamers maar omdat we van gezellig kletsen houden, besloten we om samen een kamer te delen. De extra kamer blijft ongebruikt. Een minpuntje: onze kamers zijn boven, we moeten dus onze koffers een trap op zeulen. Een pluspuntje: vanuit het raam van onze slaapkamer kunnen we Newgrange zien liggen. Gaaf!
We zullen hier twee nachten blijven.

Om even de benen te strekken na die paar uren reizen zijn we eerst een stukje gaan lopen. Langs de rivier loopt een mooi pad. In de rivier was een dood schaap met z'n kop klem komen te zitten tussen de rotsen. Zielig!

Om een uur of zes hadden we toch echt wel honger en zijn we naar de dichtstbijzijnde pub gereden (Daly's). Mijn eerste pint Guinness op Ierse bodem dit jaar! Zelf heb ik een Ceasar Salad genomen met kip en Edith nam een Waldorfsalade met blauwe kaas. Het eten was prima. Het bier trouwens ook. De frietjes bij de salades waren (zoals het goede Ierse frietjes betaamd) bijzonder vet. Maar wel lekker.
Op de terugweg naar de B&B zijn we nog een beetje in de omgeving gaan toeren.
Om een uur of acht waren we terug in de B&B. Daar hebben we thee gemaakt die we in de tuin hebben opgedronken.
Het was een graad of 17 en lekker weer om nog even buiten te zitten.
We waren allebei moe van het reizen de hele dag en om half elf hebben we het licht uitgedaan.

23 april 2011 - Nog 1 nachtje slapen!

Vanmiddag mijn koffer en rugzak zo veel mogelijk al ingepakt. De temperatuur in Nederland ligt tussen de 20 en 25 graden, in Ierland tussen de 15 en 20 graden. Weeronline.nl voorspelt voor de komende 14 dagen amper regen in Ierland, dus ik heb mijn regenbroek en jas uit de koffer geplukt. Scheelt toch weer gewicht en sjouwen. Ik neem een dun vestje mee voor overdag en een dik vest voor 's avonds. Hopelijk is dat voldoende.
Morgenochtend eerst met de auto naar Den Haag. Daar mijn auto achterlaten bij de garage, want er moet van alles aan gebeuren. Dan met de bus naar het Centraal Station en van daar naar Schiphol. Ben benieuwd of mijn OV-Chipkaart het ook doet in de trein. Edith en ik hebben afgesproken elkaar tussen 10.00 en 10.30 op Schiphol te treffen. De sneltrein rijdt elk half uur, tenminste, ik hoop dat het rooster dat op internet staat ook geldt op Eerste Paasdag. Daarom zal ik zorgen dat ik op tijd op het station ben, voor het geval er treinen uitvallen. De NS heeft natuurlijk een reputatie op te houden op dat gebied! We vliegen om 13.05 uur en we komen om 13.40 uur aan (leve het uur tijdsverschil!).
Van Dublin Airport rijden we (met onze huurauto) eerst naar een B&B in de buurt van Kells, waar we twee nachten blijven. Dan rijden we door naar Manorhamilton, waar we ook twee nachten blijven. Vandaar naar Glencolmkille, voor onze taalcursus. Daar zien we dan ook Annemiek en Aline, die donderdagmiddag aankomen. De taalcursus duurt tot maandagochtend en dan gaan Edith en Eline weer naar huis. Annemiek en ik gaan dan nog een paar dagen door Noord-Ierland trekken. De documentaire die ik gisteravond op tv zag is toch wel verontrustend. Katholieken en protestanten staan elkaar nog steeds naar het leven. Dagelijks zijn er bomaanslagen of bomdreigingen. Bijna dagelijks worden auto's vol explosieven net op tijd onklaar gemaakt. Tragisch dieptepunt was de moord op een 25-jarige politie-agent in Omagh, begin deze maand. De aanslag is intussen opgeëist door de IRA. Ik ben heel benieuwd of wij iets van gaan merken van dit alles.
Vanavond nog wat laatste dingetjes doen, zoals (teen)nagels knippen en lakken. Misschien naar Blackbeard kijken; duurt tot 23.30 dus dan kan ik nog op tijd naar bed. Morgenochtend om 07.00 er uit zodat ik tijd heb om alles op mijn gemak te doen. Ik hou niet zo van haasten.
En dan twee weken zonder social media. Slik... Geen Twitter, Facebook, Hyves, LinkedIn, e-mails of wat dan ook. Zal even moeilijk zijn, maar ja: je krijgt er veel voor terug!

Het is bijna zo ver!

De reis ligt vast, de auto is gereserveerd en alle B&B's zijn geboekt. Beware all hot and single Irishmen, we'll be there soon!

9 april: Het aftellen is begonnen!

Volgens de aftelklok op mijn Hyvespagina nog 18 dagen, 14 uur, 5 minuten en nog wat seconden. Doordat ik samen met mijn medereizigers veel over onze reis praat, krijg ik er steeds meer zin in. De eerste vier dagen liggen min of meer vast: twee dagen een B&B in de buurt van Kells, daarna twee dagen een B&B in de buurt van Enniskillen. Enniskillen ligt nét in Noord-Ierland, vlakbij Omagh. Daar had ik wel eens willen rondkijken, maar de bomaanslag van verleden week zaterdag doet me weer twijfelen. We zien wel. Morgen ga ik samen met Edith het eerste gedeelte van onze reis vastleggen, volgende week zaterdag ga ik samen met Annemiek het tweede gedeelte van de reis bespreken. Waar we ook naartoe gaan, het wordt vast helemaal leuk. Hopelijk zijn de Ierse weergoden ons gunstig gezind en laten ze het niet al te veel regenen!

Cursus geboekt!

Zojuist ook de cursus geboekt: 100 euro. Ik ga eens bijhouden wat deze vakantie totaal kost. Volgens mij kan ik voor hetzelfde geld drie weken naar een all-inclusive resort in Turkije. Maar ja, da's nou eenmaal niets meer voor mij, die tijd heb ik echt gehad!

Geboekt!

De vlucht is geboekt. De heenreis kost iets van 30 euro en de terugvlucht iets van 20 euro. Toch is de totale prijs van de vlucht meer dan 180 euro door allerlei toeslagen. Over misleidende reclame gesproken!

31 januari 2011: bofkont!

Wat ben ik toch een bofkont. Eind april gaan we met een aantal mensen van Ierse les naar Ierland om daar een taalcursus te volgen. De cursus duurt een lang weekend. Iedereen was het erover eens dat het leuk zou zijn om er een paar dagen aan vast te plakken. Nu wil het toeval dat Edith de week voorafgaand aan de cursus naar Ierland zou willen gaan, en Annemiek juist de week na afloop van de cursus. Er bleef mij dus geen andere keuze dan eerst een week met Edith en daarna een week met Annemiek samen in Ierland door te brengen. Lekker twee weken Ierland dus, wat ben ik toch een bofkont!
We gaan ongetwijfeld veel zien. Zodra ik de juiste vluchttijden weet ga ik mijn vlucht alvast boeken. En daarna begint de voorpret: googelen wat we allemaal willen gaan zien! Newgrange, een bijna 5000 jaar oud grafmonument, is er zeker eentje van!

Een taalcursus! Of toch niet?

Vaak dacht ik: een taalcursus in Ierland? Waarom zou ik! Maar de enthousiaste verhalen van mensen die zo'n cursus wél (al een aantal keren) hebben gedaan hebben me uiteindelijk overgehaald. Ik ga een (weliswaar korte) taalcursus doen in Ierland. Ben heel benieuwd. Met een aantal medestudenten ga ik op 28 april naar Ierland voor een driedaagse, intensieve taalcursus in Gleann Cholm Cille in Donegal.
Natuurlijk wil ik er een weekje aan vastplakken om wat rond te kijken.
Heel af en toe ontmoet je iemand waarmee het direct klikt en waarvan je denkt: 'had ik jou maar veel eerder ontmoet'. Zo iemand is Edith. Iemand met een nuchtere kijk op het leven en met veel respect voor de natuur. We denken over heel veel dingen hetzelfde en Edith heeft veel kennis van zaken die altijd mijn belangstelling hadden maar op een aanleiding wachtten om tot wasdom te komen. Edith en ik gaan een weekje rondkijken in Noord-Ierland. Dat gaat vast superleuk worden!
We moeten nog van alles gaan bespreken en kijken waar we precies naartoe gaan maar ik heb er nu al heel erg veel zin in!

Zondag 5 september - Weer thuis...

Op zondagochtend allereerst natuurlijk de computer opgestart. 132 ongelezen mailtjes waarvan er 41 meteen naar de prullenbak konden. Dan blijven er nog heel wat over die moeten worden gelezen en/of beantwoord. Ik ben weer terug in jachtig Nederland!

De volgende ochtend ging het lampje (met bijbehorend alarmsignaal) weer aan, dus eerst maar even naar de garage gereden. Daar werd de boordcomputer uitgelezen en het bleek dat het (gelukkig) om een storing van de boordcomputer ging. Niets aan de hand dus...

Zaterdag, 4 september (Banagher-Athlone-Dublin-Den Haag-Berkenwoude)

Om precies tien uur kwam Rose aanrijden. Ze had haar kinderen bij zich, twee jongetjes met de namen Seán en Kevin. De Keltische roots van de oudste waren overduidelijk: rood haar en groene ogen met gouden stippels. Net zoals de Ier die ik een paar jaar geleden heb gekend en wiens schuld het is dat ik nu nog steeds de Ierse taal studeer. Ook hij had rossig haar en onwaarschijnlijk groene ogen met gouden stippels.
Zoals alle Ieren rijdt Rose als een bezetene over de veel te smalle weggetjes. Door de vele gaten in de weg vlieg je steeds bijna met je hoofd door het dak van de auto.
In Athlone hebben we eerst met zijn allen koffie en thee gedronken in een supermodern winkelcentrum met prachtige winkels. Daarna zette Rose ons af voor het busstation. Uiteraard hebben we haar uitbundig bedankt en het benzinegeld (dat ze absoluut niet wilde aanpakken) achtergelaten op de autostoel.
Na een kwartiertje kwam de bus al. Het was heel warm in de bus en de airco deed het niet. De chauffeur was rond de vijfenzestig jaar. Doordat we schuin achter hem zaten konden we precies zien wat hij deed. Ook hij reed aardig hard. Geen probleem, daar wen je aan in Ierland. Maar wat me meer verontrustte: hij had zichtbaar last van de warmte en hij wreef voortdurend met zijn hand over zijn gezicht en over zijn voorhoofd. Ieren zijn helemaal niet gewend aan warm weer. Ook dronk hij steeds water uit een flesje dat hij bij zich had. Hij zag er uit alsof hij elk moment kon bezwijken.... Gelukkig deed hij dat niet en hij zette ons netjes af bij het busstation in Dublin. Vandaar moesten we nog met de bus naar het vliegveld.
Op het vliegveld moesten we via de nieuwe pier naar ons vliegtuig. Wat een eind lopen zeg, het lijkt Schiphol wel! Natuurlijk nog lekker een halve pint Guinness gedronken voordat we uiteindelijk konden instappen. Een halve pint (geen hele) omdat ik niet wil gaan plassen in het vliegtuig...
Het vliegtuig had kennelijk wind mee, want we deden er net iets meer over dan een uur voordat we weer op Schiphol landden. Onze koffers rolden redelijk snel van de band, zodat we meteen richting kaartjesautomaten konden om onze treintickets naar Den Haag te kopen.
Omdat we beiden gaar waren van het reizen besloten we eerst bij Burger King nog iets te eten. Ik koos voor een dubbele cheeseburger met een soort krinkelfrietjes van aardappelpuree. Op zich best lekker, maar jammer dat de frietjes (net zoals bij McDonalds overigens) altijd half koud zijn. Het is maar zelden dat je lekker warme frietjes krijgt.
De treinen hadden vertraging (nee, mij hoor je daar geen grapjes over maken) en we moesten een kwartier langer wachten. Ook op de tram in Den Haag moesten we een kwartier wachten.
Ik startte mijn auto in de hoop dat het lampje 'service' niet zou gaan branden. Maar helaas: opnieuw klonk het alarmsignaal en ging het lampje branden. Met een grote lamp heb ik in mijn auto het boekje zitten doorlezen dat vertelt wat je moet doen in zo'n geval. Uit de aanwijzingen maakte ik op dat het niet de olie kon zijn. Wat het wel kon zijn varieerde van 'problemen met de vering' tot 'versleten remblokken'.
Maaarrr…. na een paar keer starten bleef het lampje uit. En gedurende de hele rit naar Berkenwoude ging het lampje niet meer aan. Heel vaag natuurlijk…

Vrijdag, 3 september: Clonmacnoise-Banagher (21 km)

's Morgens lekker een eitje gebakken bij het ontbijt. Lang op het achterterras in de zon blijven zitten en uiteindelijk om half elf afscheid genomen van het magische Clonmacnoise en richting onze eindbestemming (Banagher) gegaan. Dit was een makkelijk stuk om te varen: de rivier was hier breed genoeg en er waren veel markers. Het aanmeren in Banagher verliep niet geheel probleemloos. Er waren veel open plaatsen in de zogenaamde 'vorken', maar door de harde wind stond er een enorme stroming. Telkens als de boot recht voor de ingang lag, dreef hij onmiddellijk weer weg. Zelf zou ik het na twee pogingen hebben opgegeven en de boot hebben afgemeerd aan de zijkant van de vorken. Maar dat was Jacky's eer te na. Ze bleef dapper proberen om de boot in de door ons uitgekozen vork te krijgen. Gelukkig kregen we hulp van een galante heer, die op de boot sprong en ons hielp met aanmeren. Niet lang daarna kwam er een controleur van de bootverhuurmaatschappij om te kijken of alles met de boot in orde was. En.... of we de boot even aan de zijkant van de vorken konden aanmeren, zodat deze kon worden afgetankt en de sceptic tank leeggepompt... We hebben hem gevraagd om dat even voor ons te doen en natuurlijk vond hij het geen probleem. Hij legde de boot even later netjes terug in de vork met de achterkant tegen de steiger, zodat we 's avonds in de ondergaande zon konden zitten.
Tijd om Banagher (Iers: Beannchar na Sionna, dat "de plaats van de puntige rotsen in de Shannon" betekent) te gaan verkennen. Banagher is niet groot, ca. 1750 inwoners. Ook hier een standbeeld voor IRA-activisten die door de Engelsen waren ge-executeerd.

De algemene indruk die je krijgt is een beetje die van vergane glorie. Er staan veel gebouwen en huizen leeg en/of te koop. Bij veel van de leegstaande huizen zijn de ramen ingegooid. Op de kaart stond dat er twee kerken waren en een kasteel. De kerken hadden we snel gevonden. In de eerste kerk heb ik een kaarsje gebrand. In het bijzonder voor Sylvia, mijn vriendin die enkele maanden eerder was overleden aan de gevolgen van borstkanker. Sylvia en ik hadden altijd het idee om nog eens samen naar Ierland te gaan. Maar we hebben te lang gewacht. Uiteindelijk mocht ze niet meer vliegen vanwege een tumor in haar hoofd. Maar het kaarsje was ook voor iedereen waarvan ik afscheid heb moeten nemen in mijn leven.
Daarna op zoek naar het kasteel. Een local wist na heeeel lang nadenken de locatie en we gingen op pad. We vonden een richtingbord, maar daarop stond niet hoe ver het was. En omdat Jacky last had van haar knie besloten we om het kasteel maar over te slaan en (ja, alweer) een pint Guinness te gaan drinken. We streken neer op een groot terras van een pub. Binnen aan de bar raakte ik aan de praat met een aantal Ierse mannen die daar naar een voetbalwedstrijd zaten te kijken. Zij verzekerden me dat dit de mooiste zomer in Ierland was sinds vier jaar. We besloten om ons 'laatste avondmaal' die avond in dezelfde pub te gaan eten.
Nadat we lekker hadden uitgerust op het terras hebben we een paar boodschappen gedaan, voordat we teruggingen naar de boot. Want die moest nog worden schoongemaakt! We zijn aan het soppen geslagen om de boot van binnen en buiten weer lekker schoon te krijgen.
Om zeven uur opnieuw naar het dorp gelopen om te gaan eten. Zelf nam ik een salade met gebakken stukjes kip als voorgerecht. Jacky koos voor een pasteitje met kip. Dat zag er een beetje anders uit dan we thuis gewend zijn: het (ongebakken) pasteibakje zat vol met grote stukken kipfilet met een klein beetje saus. Als hoofdgerecht namen we beiden een steak.
Halverwege de maaltijd kwam Rose, de vriendin van Jacky langs. Rose woont in Ballinasloe, dat niet zo ver van Banagher ligt. Rose en Jacky hadden elkaar lang niet gezien en hadden dus veel bij te praten. Ook was Rose natuurlijk nieuwsgierig naar 'onze' boot, en na het eten hebben we haar natuurlijk meegenomen naar de boot, waar we nog lekker een uurtje hebben zitten kletsen.
Op dat moment werd het weer pijnlijk duidelijk dat vooruitdenken niet mijn sterkste punt is. We hadden helemaal niet gecheckt hoe we van Banagher in Dublin moesten komen en toen we daaraan dachten was het kantoortje van de bootverhuurmaatschappij al gesloten. Navraag bij een concurrerende bootverhuurmaatschappij leerde dat er geen bus vertrok vanaf Banagher. Gelukkig bood Rose spontaan aan om ons zaterdagochtend naar Athlone te brengen. Echt lief van haar!
's Avonds om een uur of negen ben ik nog even in mijn eentje richting het dorpje gelopen. Even heen en terug over de brug gelopen en een stukje het dorp in. Ik was eigenlijk van plan in de richting van het vermeende kasteel te gaan lopen, maar het was al heel donker en de weg was onverlicht. Al was ik gestruikeld over een kasteel, dan nog zou ik het waarschijnlijk niet hebben gezien...

Donderdag, 2 september: Athlone-Clonmacnoise (16 km)

Om half zeven was ik al wakker, maar nog lekker even blijven liggen. Uiteindelijk om kwart over zeven opgestaan. Vijf keer gestoken door muggen of midges vannacht, dat is wel balen!
Na het ontbijt lekker een uurtje in de zon gaan zitten want het is alweer schitterend weer!
Om kwart over tien zijn we vertrokken. Allereerst door de sluis van Athlone gevaren, de laatste sluis van onze trip.
Onze eindbestemming voor vandaag is Clonmacnoise. Hier had ik hele hoge verwachtingen van. Clonmacnoise (Iers: Cluain Mhic Nóis, dat 'Weide van de Zonen van Nós' betekent) werd gesticht in 545 door de heilige Ciarán op het punt waar de belangrijkste oost-west landroute (door moerassen van centraal Ierland) de noord-zuid waterroute (de Shannonrivier) kruist. Door zijn strategische ligging werd Clonmacnoise een centrum van religie, onderwijs, vakmanschap en handel. In de 9de eeuw was het bekend in heel Ierland. Vele van de hoge koningen van Tara zijn hier begraven.
Clonmacnoise werd herhaaldelijk aangevallen door Vikingen, Noormannen en andere Ierse strijdkrachten. De eerste gebouwen waren opgetrokken uit hout en overleefden die aanvallen niet. In de 10de eeuw werden zij vervangen door stenen gebouwen en Clonmacnoise werd een bisdom. Hier zijn vele vondsten gedaan van Keltisch goud- en zilverwerk, die zijn tentoongesteld in het museum van oudheden in Dublin.
In de 13de eeuw bouwden de Noormannen een kasteel naast het klooster. Uiteindelijk werden alle gebouwen verwoest tijdens een aanval van het Engelse garnizoen uit Athlone. Clonmacnoise werd een ruïne. Gelukkig bleef een aantal van de oudste 'high crosses' uit Ierland overeind, evenals de round towers. Een mystieke locatie dus!
Clonmacnoise bleek inderdaad geweldig interessant. Eerst hebben we de introductievideo bekeken in een speciale filmkamer. Daarna hebben we lang rondgelopen tussen de Keltische ruïnes. Toen we moe waren van het slenteren hebben we aan de voet van een round tower heerlijk in de zon gelegen.
Laat in de middag besloot ik om ook het nonnenklooster te gaan bezoeken, dat op ca. een halve kilometer van Clonmacnoise ligt. Jacky bleef liever in de zon liggen. De weg naar het nonnenklooster was geheel verlaten, evenals het klooster zelf. Ik kon het niet helpen te denken dat als er iemand kwaad zou willen, ik zonder enig spoor achter te laten compleet van de wereld zou kunnen verdwijnen. Maar hé, dit is Ierland. Daar kun je nog in je eentje ronddwalen over smalle landweggetjes en bij ruïnes.
We hadden in Lanesborough spaghetti en een saus gekocht voor het avondeten. Samen met ons lagen er nog vijf andere boten die de nacht hier zouden doorbrengen, in the middle of nowhere.
In de ruïnes van het kasteel zat een enorm gat en ik had berekend dat als de zon zou ondergaan, hij op een bepaald moment zichtbaar zou moeten zijn door dat gat heen. Tegen zonsondergang besloot ik te kijken of ik daarvan een leuke foto kon maken. Het wachten op 'het' moment duurde erg lang. Maar het was prachtig weer en de locatie was perfect. Geen enkele reden tot klagen dus. Uiteindelijk 'mijn' fotomoment gekregen!
Toen het al helemaal donker was hebben we nog lang op het achterterras van de boot gezeten en genoten van de magische omgeving. Gelukkig zijn de Scandinavische mannen in de boot naast ons niet luidruchtig, ze gingen zelfs erg vroeg slapen. Wat moet je anders zo ver van de bewoonde wereld, zonder winkels en pubs in de buurt?
Het water is glashelder en je zag regelmatig grote vissen boven het water uit springen. Grappig ook om te zien dat tegen de avond, als de maan opkomt, het water rimpelloos stil wordt. Met op de achtergrond de silhouetten van de round towers een betoverend gezicht. Het woord 'stilte' heeft voor mij een nieuwe dimensie gekregen.
Omdat het heel donker was kon je een prachtige sterrenhemel zien. Ik heb twee vallende sterren gezien (hoe mystiek kun je het hebben!) en natuurlijk een wens gedaan!

Woensdag, 1 september: Lanesborough-Athlone (31 km)

Het was de bedoeling om vandaag Lough Ree over te steken en aan te leggen in Hodson Bay, helemaal onderin Lough Ree. Op Lough Ree heb je alle ruimte. We vertrokken om kwart voor tien en het eerste stuk heb ik gevaren.
Dat ik sinds mijn ooglaserbehandeling nog steeds bijzonder slecht zie werd gisteren op het water pijnlijk duidelijk. Ik zat aan het roer en Jacky hield de navigatiekaart en de markers in de gaten. Op een gegeven moment zag ik duidelijk een aantal zwarte tonnen drijven. Ik vroeg Jacky tussen welke tonnen ik door moest, maar zij zei: 'nee joh, dat is een brug'. Met de beste wil van de wereld kon ik in de verte nog geen brug ontdekken, eerst maar even tussen die tonnen door. Dus ik wees haar opnieuw op de tonnen en zei: 'nee, ik bedoel DIE tonnen.' Wat bleek: het waren de onderkanten van de pijlers van de brug, waar we dus al vlakbij waren. De bovenkant van de brug was licht en viel daarom (voor mijn ogen) weg tegen de lichte lucht. Jacky viste mij achter het roer vandaan en nam kordaat het roer over…
Het eerste stuk ging best snel en we hadden het meer er al voor tweederde opzitten, toen er ineens iets keihard tegen de onderkant van de boot knalde. We schrokken ons werkelijk lam. Hadden we nu iets geraakt dat in het water dreef of raakte de boot de bodem?! We weten het nog steeds niet. Later heb ik de kaart er nog eens op nagekeken, maar het kan bijna niets anders zijn geweest dan iets dat in het water dreef. De route die wij voeren was door diep water. Gelukkig is de boot blijven drijven!
We wilden aanmeren in Hodson Bay om te zien of we schade hadden, maar dat bleek niet mogelijk. De jachthaven was piepklein en alle plaatsen waren al bezet; boten lagen zelfs al dubbel tegen elkaar aan. Omdat er geen enkele dreiging was van kapseizen besloten we daarom maar door te varen naar Athlone. Om ongeveer kwart voor twee kwamen we aan in Athlone (Iers: Baile Átha Luain, dat 'Stad van Luan's fort' betekent) aan. Aan de westelijke oever van de rivier heb je Seán's Bar, die in het Guinness Book of Records wordt genoemd als de oudste pub in Europa! Jammer dat ik dat later pas las op het internet, anders was ik er zeker een kijkje gaan nemen!
Toen we in Athlone aankwamen hebben we bijna de verkeerde brugboog genomen. Op de navigatiekaart staat duidelijk aangegeven dat je de meest linkerboog moet nemen (zie onderstaande foto). We vonden het wel vreemd dat daar allemaal boeien dreven, maar ja, het stond zo op de kaart. We waren werkelijk vlakbij de boog toen Jacky er ineens achterkwam dat de foto's van zuid naar noord waren genomen, en wij van noord naar zuid voeren. Wij moesten dus de meest rechterboog hebben! Op waarschuwingsborden zagen we dat er in die verkeerde boog onder andere elektrische kabels lagen onder water. Bijna zat heel Athlone dus zonder stroom, door ons toedoen. Gelukkig liep het allemaal nog goed af!
Alle vrije aanmeerplaatsen waren bezet, waardoor we moesten aanmeren in een private jachthaven. Overnachten kostte hier 12 euro! Jammer, maar het was niet anders. De jachthaven grensde aan een heel groot hotel, waar tot laat in de avond live muziek was. Daar konden we dus lekker van meegenieten. Hoewel ik nog van plan was om 's avonds de stad in te gaan heb ik dat uiteindelijk niet gedaan. Het is snel donker (om negen uur 's avonds is het écht al donker) en we hebben nog lang zitten kletsen.
Athlone is een relatief grote stad (ca. 15.000 inwoners) en het geografische middelpunt van Ierland. Het viel me op dat er een standbeeld was opgericht voor IRA-strijders die door Engelse soldaten waren gedood. En dat terwijl er heden ten dage IRA-activisten tot lange gevangenisstraffen worden veroordeeld. Erg tegenstrijdig.
Natuurlijk wilden we een bezoek brengen aan Athlone Castle, maar dat bleek helaas gesloten voor een ingrijpende renovatie. In 2011 gaat het kasteel weer open voor bezoekers.
Athlone heeft veel leuke winkeltjes en we hebben uitgebreid rondgekeken. Er is daar zelfs een winkeltje naar MIJ vernoemd!
Daarna een biertje gedronken in de Prince of Wales Bar, een grappige pub in de stijl van een Engelse Club. Het was wel een klein beetje vergane glorie, want als je goed keek zag je overal de vulling uit de dikke lederen fauteuils puilen…
Terug naar de boot. 's Avonds hebben we een blik kippensoep opgewarmd met een boterham erbij. Lekker nog lang buiten gezeten in de zon. En het was tot laat 's avonds lekker om buiten te zitten.

Dinsdag, 31 augustus: Cloondara-Lanesborough (12 km)

Op de navigatiekaarten stond aangegeven dat de sluis bij Cloondara onbemand is en dat je vooraf de sluiswachter van Tarmonbarry moest bellen. Dit bleek echter niet het geval, de sluis was gewoon bemand. We moesten eerst door het Cloondara Canal, dat erg smal is. De sluiswachter verontschuldigde zich voor het feit dat het leeglopen van de sluis erg lang duurde. Dat kwam doordat de sluisdeuren behoorlijk lek waren. Er liep dus bijna net zoveel water weer de sluis in als dat er werd uitgepompt. Dit is overigens de eerste sluis waar we doorheen moeten die handbediend is. Een jonge knul liep zich het apelazerus te duwen tegen houten palen. Uiteindelijk konden we dan tóch doorvaren. We hadden ervoor gekozen om vandaag niet Lough Ree (Iers: Loch Rí, dat "Meer van de koning" betekent) over te steken, omdat dat een heel stuk varen is zonder kans om ergens aan te leggen. We zouden derhalve overnachten in Lanesborough (Iers: Béal Átha Liag dat "Monding van het fort van de stenen" betekent), de laatste kans om te overnachten voordat je Lough Ree oversteekt.
De navigatiekaarten zijn erg gedetailleerd. Nauwkeurig is aangegeven onder welke boog je moet doorvaren als je bij een brug komt. Ook alle markers die de standaard vaarroute markeren zijn duidelijk aangegeven. En natuurlijk de jachthavens, waar je wel of niet mag aanleggen.
We wisten om twee uur 's middags aan te meren langs een kade vlak voor de Lanesborough Bridge. Lanesborough is niet groot, zo'n 1500 inwoners. Het aanmeren ging heel goed. Op het achterterras van de boot zitten lunchen: brood met tomaten en kaas uit de grill (ja, ook een goede grill aan boord, het was een goed geoutilleerd bootje!).
Na een uurtje in de zon te hebben gezeten (met mijn voeten in het water) besloten we de stad in te gaan. Volgens de kaart zijn hier kerken te zien en een kasteel! De kerk hadden we al snel gevonden, maar waar was het kasteel? De eerste twee 'locals' die we ernaar vroegen keken ons aan alsof we ze een onzedelijk voorstel hadden gedaan. De derde wist meer. Ergens achter een bepaalde pub zouden de restanten staan van een kasteel. We hadden het al snel gevonden. Het bleek om niet meer te gaan dan twee muren, waar je niet eens bij kon komen. Teleurgesteld zijn we dan ook maar neergestreken bij de pub om ons verdriet te gaan verdrinken.
We besloten nog wat boodschappen te doen. Je kunt per slot van rekening nooit weten of je in het volgende plaatsje een winkel vindt. Op de terugweg naar de boot scheet er een grote kraai precies op mijn zonnebril. We besloten direct een loterijticket te kopen, dit MOEST wel geluk brengen natuurlijk! Hopelijk gaan we de jackpot winnen, dan ga ik nooit meer terug naar Nederland! Ik zou direct een huis laten bouwen aan de oevers van Loch Coirib, in het westen van Ierland, in de buurt van Connemara. Ik ben daar in voorgaande jaren een aantal keren geweest en het is daar zooooo mooi…
's Avonds heb ik Chinees gehaald bij een Chinese Take-away die we die middag in het dorpje hadden gespot. Het eten werd in de winkel bereid en dat was leuk om te zien. De hele maaltijd met allemaal verse ingrediënten werd werkelijk binnen vijf (!) minuten bereid. Het eten was heel erg lekker en we hebben dan ook heerlijk zitten smullen in de zon op het achterterras van de boot.
Omdat ik het altijd al heerlijk heb gevonden om 's avonds buiten te zijn, ben ik nog een stuk gaan lopen in het dorp. Jacky ging niet mee, ze heeft nog te veel last van haar knie. Eerst een stuk langs de rivier gelopen maar dat was geen succes, gezien de half miljoen muggen die vrolijk met me mee vlogen en me intussen aan alle kanten lek staken. In Ierland heb je naast de gewone muggen ook midges. Dat zijn bijzonder kleine muggen die vooral te vinden zijn in Ierland, Noord-Engeland en Schotland. Ze zijn kleiner dan onze fruitvliegjes en ze kunnen behoorlijk steken. Ze dalen in een wolk van een paar honderd over je neer en kruipen in je haren en in je kleren. Als je er gevoelig voor bent kun je er behoorlijk rode plekken aan overhouden. Dus maar snel de bewoonde wereld weer opgezocht en nog een keer de hoofdstraat op en neer gelopen. Ik vond het jammer te zien dat de Chinese Take-away het moest doen zonder klanten. Het was intussen negen uur 's avonds (etenstijd in Ierland) en er was geen enkele klant in de winkel. En dat terwijl het eten heel lekker was. Het was intussen al donker geworden en ik besloot ons bootje maar weer op te zoeken.
Terug op de boot hebben we nog een potje triomino gespeeld met een lekker blokje brandnetelkaas erbij. Die had ik meegekregen van mijn buurvrouw, lekker hoor. Om half één gaan slapen.

Maandag, 30 augustus: Drumsna-Cloondara (30 km)

Iets beter geslapen dan de eerste nacht (gelukkig zonder al te veel geklots van water tegen de boot) maar wel al om kwart voor zeven wakker. Het is overigens mooi wakker worden, zo in je eentje midden in de natuur op het water. Het was enorm mistig op het water maar de zon deed al heel erg zijn best om daar doorheen te komen. In de boot zelf was het erg vochtig, het water droop letterlijk van de muren af. Dat kwam omdat we de raampjes open hadden laten staan, daardoor was er veel vocht binnengekomen.We hadden de verwarming aangezet, maar het werd niet veel warmer op de boot. Wat bleek: het gas was op. Gelukkig ging het verwisselen van de gasfles makkelijk. Tomás had ons laten zien dat we de motor van de boot moesten starten als we heet water wilden hebben. Maar zelfs nadat de motor een half uur had gelopen was het water nog steeds niet warm. Pas dagen later herinnerden we ons dat we dan ook de boot in de versnelling hadden moeten zetten. Van stationair draaien wordt de accu niet heel erg veel opgeladen… Maar in feite bleek het ook niet nodig. De accu was door het varen overdag steeds voldoende opgeladen om 's avonds genoeg heet water te hebben voor ons beiden om te douchen. En de verwarming hebben we ook eigenlijk niet nodig gehad.
We zijn al om kwart voor tien gaan varen omdat we vandaag een grote afstand te overbruggen hadden. Eén keertje zijn we verkeerd gevaren en in het vrij ondiepe Lough Scannal terechtgekomen. Gelukkig hadden we vrij snel in de gaten dat we verkeerd zaten en we konden ook snel de goede route weer vinden. Doorgevaren naar Roosky (Iers: Rúscaigh, dat "moerassige plek" betekent). Nadat we door de sluis waren gekomen hebben we de boot aangelegd om wat te eten en even de benen te strekken. Er waren veel nieuwe huizen in aanbouw met hun eigen aanlegsteigers. Mooi! Een klein stukje verderop stond een aantal kapitale villa's met enorme tuinen eromheen. Het is leuk wonen in Roosky!
Na een klein uurtje zijn we verder gevaren richting Cloondara (Iers: Cluain dá rath, dat "Weiland van de twee forten" betekent), onze volgende overnachtingsplaats. In plaats van de aangegeven route zijn we de Camlin River opgevaren. Deze rivier was verboden voor grotere boten en je mocht er maar langzaam varen vanwege de vele waterplanten. Het was er heel mooi, we waanden ons écht in de middle of nowhere. Behalve wat verdwaalde koeien en natuurlijk de prachtige natuur was er niets of niemand te zien, geen huizen, geen mensen.
We vonden snel de kade waaraan we wilden afmeren. Hoewel er ruimte genoeg was, was er toch meteen weer iemand die klaar stond om ons te helpen. We hadden lang gevaren en ik was intussen écht toe aan een pint Guinness. Op naar het dorpje dus!
Bij een leuke pub hebben we buiten in de zon twee pints Guinness gedronken en heerlijk in de zon gezeten. Daarna zijn we teruggegaan naar de boot om iets te eten te maken: kant en klare pasta met saus in een zakje dat je alleen maar 5 minuten hoeft te koken. Bij één van de picnictafels hebben we lekker zitten eten in de avondzon.
Na het eten nog even naar het kerkje gelopen om wat foto's te maken. Meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om te gaan biechten ;-)
Daarna nog even gaa kijken bij de sluis waar we morgenochtend doorheen moeten (dit keer geen automatische, maar een handbediende sluis!).
De avond besteed aan het filosoferen over de belangrijke dingen in het leven (zoals mannen).