De wekker liep af om 4 uur (in de ochtend, ja!). De koffer had ik de avond ervoor al ingepakt, dus ik hoefde alleen te douchen. Het was nog aardedonker toen ik om half 5 vertrok, richting Den Haag. Het was heel erg stil op de weg. Op dagen zoals deze zou ik willen dat ik een ochtendmens was.
Jacky en ik hadden afgesproken dat ik mijn auto bij haar in de straat zou laten staan. Enerzijds omdat je daar niet hoeft te betalen om te parkeren, anderzijds is de straat redelijk druk, dus (hopelijk) redelijk veilig.
Ik was ongeveer ter hoogte van Rotterdam toen het alarmsignaal afging in de auto en het lampje 'service' begon te branden. Wat nu weer, de auto zou toch uitgerekend nú geen kuren gaan vertonen? Ik besloot door te rijden, we hadden per slot van rekening een vliegtuig te halen. Wel voortdurend gekeken of ik geen vlammen en/of rook zag! Het lampje bleef hinderlijk knipperen, met bijbehorend alarmsignaal!
Ik was dus blij toen ik de auto uiteindelijk kon parkeren. Na de vakantie zou ik wel kijken wat er aan de hand was en als het niet om olie bijvullen ging dan kon ik altijd nog de ANWB bellen.
Jacky stond ook al met haar koffer klaar en samen liepen we naar de halte van lijn 2. We zouden de eerste tram nemen die die ochtend reed, om twintig over zes. Wat we niet van tevoren wisten: alleen in dát weekend stopte de tram niet op het Centraal Station. We moesten dus in de Haagse binnenstad overstappen, waarna we een kwartier moesten wachten op een tram die wél op het station zou stoppen.
Tot overmaat van ramp weigerde de pinpas van Jacky toen we treinkaartjes wilden kopen op het Centraal Station. Na een paar keer proberen uiteindelijk met mijn pasje kaartjes gekocht naar Schiphol. Rennen om de trein te halen van 06:58! Maaarrrr…. trein was (bij wijze van uitzondering) op tijd vertrokken, dusss…. gemist. F*ck, nu moesten we een half uur wachten op de volgende. Dat betekende dat we hoogstwaarschijnlijk geen tijd zouden hebben om te shoppen en rond te kijken op Schiphol. Het was al bijna acht uur toen we aankwamen op Schiphol. Het nieuwe systeem waarbij je zelf bij grote zuilen je tickets kunt printen werkt erg snel. Maar we liepen opnieuw enige vertraging op bij het inleveren van de koffers. Toen we uiteindelijk door de douane waren moesten we meteen richting Gate, omdat het boarden al was begonnen. Ik snakte nog naar een kop koffie, die ik uiteindelijk heb gekocht en lopend en half rennend heb leeggedronken.
Het vliegtuig landde om 10:10 op Dublin Airport. De luchthaven ligt best wel ver van de stad en de trein zou om 11.05 vertrekken vanaf Connolly Station. Gelukkig hadden we snel de koffers en voor d
e snelheid besloten we om niet met de pendelbus te gaan maar een taxi te nemen.
Ierland is natuurlijk het land van Murphy's Law: we misten opnieuw de trein. Connolly Station heeft leuke winkels en terrasjes, dus hebben we het nuttige met het aangename verenigd: we hebben onze eerste pint Guinness gedronken. De volgende trein zou pas om 13:05 vertrekken, dus we hadden twee hele uren om wat te eten en te drinken. En lekker in de zon te zitten, die door het glazen dak naar binnen scheen.
We zouden nu niet eerder aankomen in Carrick-on-Shannon dan 15:15 uur. Jammer, want daardoor was er geen ruimte meer om vandaag nog te gaan varen.
Het station in Carrick-on-Shannon was compleet verlaten. Volgens de botenverhuurmaatschappij zou het een kwartiertje lopen zijn naar de jachthaven. Normaal gesproken natuurlijk geen probleem, maar met twee zware koffers (naast de rugzakken) besloten we een taxi aan te houden.
Een aardige jongeman (Tomás) bracht ons naar onze boot. Hij legde kort uit hoe alles werkte: vooruit, achteruit en hoe het toilet te bedienen. Daarna gingen we een piepklein stukje varen. Onder de brug door, keren, terug, aanleggen en dat was het. Hij overhandigde ons de sleutel van de boot en weg was hij. Dit was wel een heel erg summiere vaarles zeg!
Jacky en ik hadden afgesproken dat ik mijn auto bij haar in de straat zou laten staan. Enerzijds omdat je daar niet hoeft te betalen om te parkeren, anderzijds is de straat redelijk druk, dus (hopelijk) redelijk veilig.
Ik was ongeveer ter hoogte van Rotterdam toen het alarmsignaal afging in de auto en het lampje 'service' begon te branden. Wat nu weer, de auto zou toch uitgerekend nú geen kuren gaan vertonen? Ik besloot door te rijden, we hadden per slot van rekening een vliegtuig te halen. Wel voortdurend gekeken of ik geen vlammen en/of rook zag! Het lampje bleef hinderlijk knipperen, met bijbehorend alarmsignaal!
Ik was dus blij toen ik de auto uiteindelijk kon parkeren. Na de vakantie zou ik wel kijken wat er aan de hand was en als het niet om olie bijvullen ging dan kon ik altijd nog de ANWB bellen.
Jacky stond ook al met haar koffer klaar en samen liepen we naar de halte van lijn 2. We zouden de eerste tram nemen die die ochtend reed, om twintig over zes. Wat we niet van tevoren wisten: alleen in dát weekend stopte de tram niet op het Centraal Station. We moesten dus in de Haagse binnenstad overstappen, waarna we een kwartier moesten wachten op een tram die wél op het station zou stoppen.
Tot overmaat van ramp weigerde de pinpas van Jacky toen we treinkaartjes wilden kopen op het Centraal Station. Na een paar keer proberen uiteindelijk met mijn pasje kaartjes gekocht naar Schiphol. Rennen om de trein te halen van 06:58! Maaarrrr…. trein was (bij wijze van uitzondering) op tijd vertrokken, dusss…. gemist. F*ck, nu moesten we een half uur wachten op de volgende. Dat betekende dat we hoogstwaarschijnlijk geen tijd zouden hebben om te shoppen en rond te kijken op Schiphol. Het was al bijna acht uur toen we aankwamen op Schiphol. Het nieuwe systeem waarbij je zelf bij grote zuilen je tickets kunt printen werkt erg snel. Maar we liepen opnieuw enige vertraging op bij het inleveren van de koffers. Toen we uiteindelijk door de douane waren moesten we meteen richting Gate, omdat het boarden al was begonnen. Ik snakte nog naar een kop koffie, die ik uiteindelijk heb gekocht en lopend en half rennend heb leeggedronken.
Het vliegtuig landde om 10:10 op Dublin Airport. De luchthaven ligt best wel ver van de stad en de trein zou om 11.05 vertrekken vanaf Connolly Station. Gelukkig hadden we snel de koffers en voor d
Ierland is natuurlijk het land van Murphy's Law: we misten opnieuw de trein. Connolly Station heeft leuke winkels en terrasjes, dus hebben we het nuttige met het aangename verenigd: we hebben onze eerste pint Guinness gedronken. De volgende trein zou pas om 13:05 vertrekken, dus we hadden twee hele uren om wat te eten en te drinken. En lekker in de zon te zitten, die door het glazen dak naar binnen scheen.
We zouden nu niet eerder aankomen in Carrick-on-Shannon dan 15:15 uur. Jammer, want daardoor was er geen ruimte meer om vandaag nog te gaan varen.
Het station in Carrick-on-Shannon was compleet verlaten. Volgens de botenverhuurmaatschappij zou het een kwartiertje lopen zijn naar de jachthaven. Normaal gesproken natuurlijk geen probleem, maar met twee zware koffers (naast de rugzakken) besloten we een taxi aan te houden.
Een aardige jongeman (Tomás) bracht ons naar onze boot. Hij legde kort uit hoe alles werkte: vooruit, achteruit en hoe het toilet te bedienen. Daarna gingen we een piepklein stukje varen. Onder de brug door, keren, terug, aanleggen en dat was het. Hij overhandigde ons de sleutel van de boot en weg was hij. Dit was wel een heel erg summiere vaarles zeg!
Omdat Jacky erg veel last had van haar knie en mijn zicht in de verte sinds mijn ooglaserbehandeling niet optimaal was, was de taakverdeling snel gemaakt: Jacky zou aan- en afmeren en ik zou steeds op en af de boot springen om de touwen los dan wel vast te maken.
Het was te laat om nog écht te gaan varen, dus zijn we Carrick-on-Shannon ingegaan.
Bij een pub Poitín Still hebben we lekker iets gegeten en gedronken.
We waren best moe van het reizen, dus we zijn al om een uur of elf gaan slapen.



Eerst zijn we teruggereden naar het parkeerterrein van de Croagh Patrick. Op de gedetailleerde kaart die ik had gekocht hadden we gezien dat er vlakbij het parkeerterrein drie standing stones moesten staan. Hoewel ik al een aantal keren in Ierland ben geweest was het me nog niet gelukt om een standing stone te vinden. De Ieren zelf interesseert het niet veel, dus ook met hulp van 'locals' was het vinden van deze eeuwenoude stenen niet gemakkelijk.
Door een plantenziekte mislukte de aardappeloogst vele jaren ac

Ik besloot het toch nog eens te proberen: er liep een man rond bij het kerkhof van het klooster en ik vroeg hem of hij de locatie wist van de standing stones. Hij bestudeerde eerst aandachtig de kaart die we hadden en zei toen, met een weids gebaar naar de basaltblokken die overal lagen aan de rand van het meer "But ther' stones lyin all around here, lov...". Oké, bedankt, we zoeken wel verder :)~
Voor velen zijn het maar gewone stenen, voor mij was dit heel bijzonder.
Het zandstrand (Ierland heeft er niet zoveel) was bezaaid met grotere en kleinere kiezelstenen, niet echt lekker om je handdoekje op uit te spreiden. We hebben een uurtje langs de zee gelopen en mooie schelpen verzameld.
We volgden de man naar zijn huis. Het viel me meteen op dat er een bakje buiten stond met kattenbrokjes er in. Mensen die van katten houden, kunnen nooit slechte mensen zijn!
Op aanwijzing van Sean en zijn vrouw hadden we de stones row snel gevonden. Ook deze stenen stonden op privéterrein en dit hek was moeilijker om overheen te klimmen.
De Croagh Patrick vonden we zonder al te veel moeite. Het parkeerterrein was helemaal vol: de Ieren gebruikten het lange vakantieweekend om zelf ook even die berg op te hollen. Gelukkig konden we de auto nog kwijt op de openbare weg.
Volgens de legende heeft Saint Patrick (de beschermheilige van Ierland) ooit 40 dagen vastend en biddend op de berg doorgebracht. Ook wordt er gezegd dat hij de slangen uit Ierland heeft verdreven door ze vanaf de berg de zee in te jagen. Daarom zijn er in Ierland geen slangen (meer). 
Het viel tegen. Het pad was niet alleen best wel steil, het was ook heel rotsachtig. Doordat het regende waren de stenen ook nog eens glad en ik ben een keer behoorlijk onderuit gegaan. Om een lang verhaal kort te maken: we zijn tot ongeveer tweederde omhoog geklommen en hebben toen besloten om het advies op het bord op te volgen en niet verder te gaan.
Het was koud, nat en er stond een keiharde wind. We hebben afgesproken om het ooit een keer opnieuw te gaan proberen, want het uitzicht was geweldig. Maar dan moet het wel beter weer zijn!
Grappig om te zien was dat sommigen de klim naar boven daadwerkelijk op hun blote voeten maakten, zoals ook Saint Patrick dit ooit zou hebben gedaan.
We werden ontvangen door de man des huizes. Direct nadat hij de voordeur had geopend en wij onszelf hadden voorgesteld vroeg hij wat we morgenochtend voor ontbijt wilden. Daarna bracht hij ons naar onze kamer (met ligbad en tv!). In de kamer stonden een 1- en een 2-persoonsbed en ik mocht van Líon in het 2-persoonsbed. Het is echt jaren geleden dat ik in een 2-persoonsbed heb geslapen; jeetje mina: wat een ruimte!

Ik herinnerde me dat Annemiek gisteren had verteld dat zij en haar vriendin de 'Fáinne Conamara' (Connemara Loop) hadden gereden. Dit is een grote cirkel dwars door het prachtige landschap van Connemara. Toen we een wegwijzer zagen met de vermelding 'Fáinne Conamara' hebben we die dan ook gekozen. Het landschap is werkelijk adembenemend en we zijn een aantal keren gestopt om foto's te nemen.
In 1981 had de Franse zanger Michel Sardou een hit met "Les lacs du Connemara". De bijbehorende videoclip liet het Connemaralandschap zien en ik was op slag verliefd. Alleen... ik dacht toen dat Connemara in Frankrijk lag. Dat kwam natuurlijk enerzijds doordat het een Franstalig liedje was, maar mede ook door de manier waarop Michel Sardou het woord uitsprak: ConnemarAAAAAAA. Ik nam me toen al voor het ooit te gaan bezoeken. Pas een aantal jaren geleden hoorde ik dat Connemara in Ierland ligt!
Na een tijdje kwamen we aan bij Connemara National Park, volgens velen het mooiste natuurpark van Europa. Pas in 1980 is een gedeelte van het park opengesteld voor het publiek. Het gedeelte dat toegankelijk is voor het publiek is relatief klein, en dat viel me erg tegen. Er is een aantal wandelroutes die allemaal in elkaar overlopen, waardoor je ze naar wens kunt verlengen of verkorten. Gelukkig was het intussen droog geworden, maar er stond een keiharde, steenkoude wind. We besloten om de Diamond Hill te beklimmen, een 'berg' van 442 meter hoog.
We zijn tot ongeveer halverwege gekomen. Het pad daar werd erg steil en door de keiharde wind vonden we het beiden niet erg verantwoord om nog hoger te gaan. Later baalden we er een beetje van dat we de top niet hebben gehaald. Alweer een reden om nog een keertje terug te gaan!
Eenmaal beneden hebben we op het besloten terras van het informatiecentrum lekker in de zon het stokbrood met kaas en kaasspread zitten opeten. Daar werd ik er weer pijnlijk aan herinnerd dat ik geen zakmes bij me had, omdat dat in mijn handbagage was blijven zitten en op Schiphol in beslag werd genomen. Mijn mooie, multifunctionele Zwitserse zakmes zit nu in de broekzak van een douanebeambte... Ja, ik weet het: dom... Maar echt: er komt een dag dat ik eerst zal nadenken alvorens iets te doen ;-)

Het was bizar druk. De Ieren hebben uitgerekend dit weekend een bank holiday en iedereen is massaal onderweg naar zijn vakantiebestemming. Rond Galway werd het Summer Festival 2009 gevierd, met vooral veel paardenraces. De wegen naar en rondom Galway zaten helemaal vol, waardoor we heel lang in de file hebben gestaan. En dat terwijl alle Ieren die ik persoonlijk ken altijd beweren dat er in Ierland geen files zijn, hooguit een enkele tijdens de spits rond Dublin. De druilerige regen maakte het 'drama' compleet.
Onderweg passeerden we (natuurlijk) een leuk kasteel en we besloten meteen maar even te gaan kijken. Het ging hier om Dunguaire Castle in Kinvara. Op de bovenste verdieping van het kasteel kon je naar buiten en via een hele smalle doorgang kon je een rondje lopen buiten het kasteel. Met mijn hoogtevrees leek me dat niet zo'n goed idee, maar Líon durfde het wel. Zij heeft dus leuke foto's kunnen maken.
Terug de weg op richting Oughterard (28 kilometer). Meteen belandden we weer in de file en het duurde lang voordat we Oughterard bereikten. De B&B (Crossriver) was niet makkelijk te vinden maar nadat we een 'local' om hulp hadden gevraagd loste dit probleem zich snel op. In tegenstelling tot het huisje dat we twee jaar geleden huurden in Oughterard lag onze B&B pal in het centrum van het stadje.
Bij Lough Corrib (Loch Coirib) hebben we vervolgens op een steiger broodjes met kaas gegeten en vruchtenyoghurt, terwijl Líon luisterde naar haar favoriete muziek van Clannad. Het is altijd een wens van haar geweest om deze muziek te beluisteren in het land van oorsprong. Een droom verwezenlijkt dus! En... wat is er lekkerder om de avond af te sluiten dan een pint Guinness?
Dus zijn we teruggelopen naar Oughterard en hebben we in The Boat Inn, een van de vele pubs, nog lekker even zitten kletsen. Tegen twaalven zijn we gaan slapen.